De aanleiding (‘why’)

Uitgelicht

De aanleiding

Aan het einde van onze masteropleiding kwam er één vraag centraal te staan. Wat nu?

Wij hebben heel veel informatie gekregen over allerlei concepten die binnen het onderwijs relevant zijn. Wij hebben naar aanleiding van die concepten essays geschreven, een analyseonderzoek en een interventieplan uitgevoerd. Wat nu?

Binnen onze leergroep waren wij het snel eens: er moest een vervolg komen. Wij willen de kennis delen. Een onderwijsconferentie gingen wij organiseren met als doel om mensen met elkaar te verbinden en de kennis te delen. Uiteindelijk is de rol van de LD docent onze focus geworden. Met als doel LD docenten verbinden en kennis te delen. Die rol wordt door de verschillende ROC ’s diffuus ingekleurd en zelf binnen één ROC zijn er grote verschillen over wat een LD docent zou moeten doen. Wij stelden ons tot doel om deze LD rol verder te concretiseren. Zodat wij deze rol voor ons zelf helder hebben en daarmee kunnen wij management en collegae uitnodigen om verder met ons die rol te definiëren.

Wij zien ons product als een instrument waarmee wij binnen de betrokken ROC ’s de dialoog kunnen aangaan over de rol van de LD docent.

Wij hebben gekozen voor het inspirerende concept van Simon Sinek. Zijn gedachtegoed is beschreven in: ‘it starts with why’ (Sinek, 2009)

de golden circle

De eerste mindmap:

 screenshot_2013-01-13-13-49-12

Tijdens de eerste presentatie voor managers kregen wij positieve reacties. “Jullie zijn het product” en  op het gebruik van het filmpje met de ganzen. Zo krachtig. O Tijdens de leergroep bijeenkomsten kwamen wij uit bij het rad van fortuin als beeld. Binnen de rollen kozen wij filmpjes die goed representeren voor wat wij bedoelen.

Daar volgde de prezi presentatie uit zoals die er nu staat.

Wij doen gaan met de presentatie binnen de ROC ’s in verbinding met collegae onze rol verder invullen.

Wij staan te trappelen…….

Verwijzingen

Sinek, S. (2009). Start with why: how great leaders inspire everyone to take action. New York: Penguin Group (USA) Inc.

Advertenties

Leercirkel voor professionele teams.

Uitgelicht

Het lerend vermogen van een organisatie wordt  bepaald door de opbouw van de organisatie en door de kwaliteit van de teamleerprocessen zoals deze binnen de in de organisatie functionerende (kern)teams plaatsvinden (Van der Hilst, 2010).

De kwaliteit van teamleerprocessen (het lerend vermogen van teams) wordt bepaald door de mate waarin de procesbewaker didactische vaardigheden als onderzoeken, inspireren, ondernemen en innoveren weet toe te passen, dit in combinatie met het gebruik van de leercirkel voor professionele teams.

image001

Leercirkel Van der Hilst (2010)

De leercirkel voor professionele teams ,bestaande uit een 6-tal onderdelen, begint bij de uitvoeringspraktijk(1) om te eindigen met besluiten(6) m.b.t. het aanpassingen van diezelfde uitvoeringspraktijk. Als de praktijk niet veranderd, wordt er niet geleerd door het team!. Daartussen gaat het erom dat er goede data verzameld(2) worden om op te kunnen reflecteren(3). Data kunnen resultaten van leerlingen zijn, maar ook directe waarnemingen van de praktijk, observaties van collega’s, enquêtes, etc. Soms zullen extra inspanningen verricht moeten worden voor het verkrijgen van goede data.

Voor de leercirkel geldt dat iedere fase aan kracht wint door de kwaliteit van de voorgaande. In de lastige fase van het conceptualiseren(4) wordt de reflectie verbonden met theorie, met kennis van de buitenwereld. De verschijnselen worden in een breder perspectief geplaatst. Zoveel mogelijk kennis van de teamleden wordt benut. Soms is de conclusie dat er harder gestudeerd of meer onderzoek gedaan moet worden. Met name in deze fase wordt geprofiteerd van professionaliseringsactiviteiten middels opleidingen, congressen en literatuurstudie.

Vervolgens worden er plannen(5) gesmeed: er worden verbeteringen ontworpen (enkelslag leren), soms veranderingen (dubbelslagleren) en een heel enkele keer een innovatie (drieslagleren). De leercirkel is pas afgerond als deze interventies ook daadwerkelijk uitgevoerd worden. Daarvoor moet het lerende team een besluit(6) nemen en dus ook de bevoegdheid hebben om zo’n besluit te nemen. Waarmee de cirkel rond is. Het lerend vermogen van een organisatie wordt  bepaald door de opbouw van de organisatie.

E.Kos

BIO competenties

Afbeelding

plaatje bio

In augustus 2006 is de Wet op de Beroepen in het onderwijs, de Wet BIO, van kracht geworden. Sinds die tijd zijn er bekwaamheidseisen voor leraren.

samenvatting bekwaamheidseisen

1 Een goede leraar is interpersoonlijk competent. Hij kan op een goede, professionele manier met leerlingen omgaan.

2 Een goede leraar is pedagogisch competent. Hij kan de leerlingen in een veilige werkomgeving houvast en structuur bieden om zich sociaal-emotioneel en moreel te kunnen ontwikkelen.

3 Een goede leraar is vakinhoudelijk en didactisch competent. Hij kan de leerlingen helpen zich de culturele bagage eigen te maken die iedereen nodig heeft in de hedendaagse samenleving.

4 Een goede leraar is organisatorisch competent. Hij kan zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer in zijn groep of klas.

5 Een goede leraar is competent in het samenwerken met collega’s. Hij kan een professionele bijdrage leveren een goed pedagogisch en didactisch klimaat op de school, aan een goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie.

6 Een goede leraar is competent in het samenwerken met de omgeving van de school. Hij kan op een professionele manier communiceren met ouders en andere betrokkenen bij de vorming en opleiding van zijn leerlingen.

7 Een goede leraar is competent in reflectie en ontwikkeling. Hij kan op een professionele manier over zijn bekwaamheid en beroepsopvattingen nadenken. Hij kan zijn professionaliteit ontwikkelen en bij de tijd houden.

Bron: http://www.onderwijscooperatie.nl/?nl/onderwijscooperatie/bekwaamheid/&art=112

Fokke en Sukke

Professionaliseren

Uitgelicht

Overheidsplannen professionalisering onderwijs

De eerste plannen om de professionaliteit van het onderwijs en de docenten te verbeteren, stammen al uit 1993. De Commissie van Es introduceerde de professionele school, waarin de leraar centraal staat. In 1999 volgde de nota ‘Maatwerk voor morgen’, die pleitte voor versterking van de beroepsgroep en van de lerarenopleidingen en in 2006 leidde tot de invoering van de Wet BIO. In 2001 hield de Commissie van Rijn een pleidooi voor salarisverhogingen en functiedifferentiatie in de collectieve sector. Mogelijke oorzaak van het mislukken van deze eerste plannen was dat docenten hierbij te weinig betrokken werden, omdat de aandacht vooral gericht was op de schoolorganisatie (Rinnooy Kan, 2007).

Rinnooy Kan (2007) zet in 2007 met het advies van de Commissie van Leraren in op dezelfde punten. De beloningsverschillen van leraren ten opzichte van hoogopgeleide werknemers in andere sectoren moeten worden ingelopen, door het inkorten en verhogen van de salarisschalen. De beroepsgroep kan versterkt worden door het oprichten van de Beroepsgroep Leraren die in een publiekrechtelijk basisregister de werkervaring en scholing van zijn leden bijhoudt. Daarnaast zijn belangrijke speerpunten de verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen en een Fundatie die leraren in staat stelt een beurs aan te vragen om een opleiding te volgen. Om tot professionelere scholen te komen worden in convenanten met de overheid meetbare resultaatverplichtingen rond het personeelsbeleid vastgelegd, met als streven meer leraren met een hoger kwalificatieniveau en het intensief betrekken van leraren bij besluitvorming rond onderwijsinhoudelijke en organisatorische verbeteringen.

Actieplan Leerkracht! van Nederland van het Ministerie van OCW (2007) sluit naadloos aan bij het advies van de Commissie van Leraren. Met dit actieplan presenteert het kabinet een concreet plan om het lerarentekort aan te pakken en daarbij de kwaliteit en de positie van leraren te versterken. Het leraarschap wordt weer gewaardeerd. De leraar krijgt meer verantwoordelijkheid en zeggenschap over het onderwijskundig beleid, kan lid worden van een beroepsvereniging, krijgt ruimte voor eigen scholing en ontwikkeling en vergroot daarmee zijn loopbaankansen. Beginnende leraren worden beter begeleid en oudere leraren krijgen de mogelijkheid andere taken te vervullen waardoor zij langer, gemotiveerd aan het werk blijven. Aan leraren wordt gevraagd meer uren te gaan werken en langer door te werken. Het Actieplan Leraar 2020 zet dezelfde ambitieuze lijn uit en lijkt deze zelfs nog te versterken. Er wordt een krachtig plan neergezet met betrekking tot de professionalisering in het onderwijs tot 2020. De extra investeringen bedragen € 0,7 miljard in 2011 en lopen op tot structureel ruim €1 miljard in 2020. Een groot deel van het budget gaat naar een betere beloning en meer carrièremogelijkheden voor leraren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het versterken van het beroep van de leraar. Dat gebeurt met de lerarenbeurs, de promotiebeurs, de ontwikkeling van een lerarenregister door de beroepsgroep en met de verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen (Actieplan leraar 2020, 2011).

Hoe kan de professionalisering vormgegeven worden?

“Lerarenopleidingen en scholen zullen steeds meer samen verantwoordelijk worden voor het opleiden van nieuwe docenten, en ook steeds meer voor het professionaliseren van zittende docenten. Ik hoop dat de breuklijn tussen initiële opleiding en verdere professionalisering met deze samenwerking vervaagt, en dat we ons steeds meer richten op het leren van docenten gedurende àlle fasen van hun beroepsloopbaan, van aanstaand, beginnend, gevorderd, ervaren naar nestordocent. Ik denk dat zowel het werkplezier van docenten als de uitval van docenten uit het beroep hiermee zijn gebaat. En dus uiteindelijk ook de leerlingen, waar het allemaal om draait.” (Vermunt, 2006)

Opleidingsteams zijn hét aangrijpingspunt voor leren en professionaliseren omdat:

  • de onderwijsprofessionals uit de opleidingsteams het proces van ‘gezamenlijk leren door doen’ in teamverband waarderen.
  • opleidingsteams voor individuele onderwijsprofessionals belangrijke sociale contexten voor het leren vormen. Door het versterken van de opleidingsteams als krachtige leer-/werkomgevingen kan het leren van onderwijsprofessionals worden versterkt.
  • de context van de opleiding de concrete en relevante (beroeps)situatie vormt die het leren van professionals betekenisvol kan maken. Dit sluit aan bij het principe van het competentiegerichte onderwijs aan de deelnemers: leren in betekenisvolle (beroeps)situaties. (Teurlings & Uerz, 2009)

Uit het onderzoek van Teurlings en Uerz (2009) blijkt dat betrokkenheid, motivatie en enthousiasme van het team essentiële factoren zijn voor professionalisering. Daarnaast zijn er ook een aantal organisatorische factoren waaraan voldaan moet worden: rust binnen het team, niet teveel innovaties tegelijk, weinig personeelswisselingen, stabiliteit, voldoende mankracht en een voorloper/kartrekker binnen het team. Andere succesfactoren zijn: voldoende ruimte om te experimenteren, het gezamenlijk ontwikkelen en uitwerken van een eigen visie op onderwijsvernieuwingen en een goede samenwerking binnen het team.

Bij de professionalisering kan de masterdocent de rol van kartrekker binnen het team op zich nemen. Er moet daarbij gewaakt worden dat de masterdocent niet op de stoel van de manager gaat zitten. De kracht van de masterdocent is juist dat hij of zij zelf deel uitmaakt van het onderwijsproces op de werkvloer en daardoor goed kan beoordelen of experimenten en maatregelen de juiste uitwerking hebben op de kwaliteit van het onderwijs en de leeropbrengsten van de studenten.

Als laatste zijn veel D-docenten ongelukkig met de functienaam, omdat er een koppeling wordt gemaakt aan een salarisschaal. Dit maakt dat wij met elkaar zoeken naar een passende functienaam. Teacher- leader, masterdocent, professionele docent zijn verschillende namen die de revue zijn gepasseerd. Belangrijk vinden wij dat docenten zich kunnen identificeren. Wij hebben voor nu gekozen voor de functienaam masterdocent.

Geciteerde werken

Actieplan leraar 2020. (2011, januari). Opgeroepen op februari 15, 2012, van Rijksoverheid: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/05/23/actieplan-leraar-2020.html

OCW, M. (2007). Actieplan – LeerKracht van Nederland. Den Haag: Koninklijke de Swart.

Rinnooy Kan, A. (2007). Leerkracht – Advies van de commissie van leraren. Den Haag: Ministerie van OCW.

Teurlings, C., & Uerz, D. (2009). Professionalisering van roc-docenten: zoeken naar verbinding. Tilburg: IVA beleidsonderzoek en advies.

Vermunt, J. (2006). Docent van deze tijd: Leren en laten leren. Utrecht: Oratie universiteit Utrecht.

 

Blij met het lerarenregister?

Registerleraar.nl open

Nieuwsbericht | 16-02-2012  Alle bevoegde leraren in Nederland kunnen zich inschrijven in het lerarenregister. 

Het register, een initiatief van de Onderwijscoöperatie, is een register van, voor en door leraren. Leraren kunnen met de inschrijving vastleggen welke activiteiten ze ondernemen op het gebied van hun professionele ontwikkeling.

Bekijk hier het promotiefilmpje.

Lees ook blogger Stefan van der Weide op 16-3-2013 over het lerarenregister: “Gelukkig doen ook artsen en notarissen aan een register. Super, perfect vergelijkmateriaal. Alle docenten hebben een administratie en/of assistente ter beschikking. Qua loon ook helemaal gelijk. Qua verantwoordelijkheid valt er wat op te zeggen, maar docenten zijn als team verantwoordelijk, dat ligt bij een opererend arts of een notaris iets anders. Administratie kunnen docenten wel zelf doen. Klopt, is ook niet moeilijk. Kost alleen veel tijd, academisch opgeleid of niet.”

BLOG: http://www.stefanvanderweide.nl/?p=574

Docenten ICT-bekwaam?

“Ruim de helft van de scholieren (53%) wil dat er meer digitale middelen
worden ingezet in de les. Dit blijkt uit onderzoek van het 1V
Jongerenpanel van EenVandaag onder 1.122 scholieren. Volgens ruim
vier op de tien leerlingen (43%) zijn leraren over het algemeen niet ICTbekwaam,
omdat ze niet goed weten hoe bijvoorbeeld een digitaal
schoolbord of een iPad werkt.”

Uit: Onderzoek 1Vandaag Jongerenpanel, 13 mrt 2013.

Rapportage Kwaliteit docenten onderzoek 1 Vandaag mrt2013

Cartoon_gamen_op_school_jpg

Link

Lectoraten

Lectoraten.nl biedt actuele, compacte en overzichtelijke informatie over lectoren, hun onderzoek en andere activiteiten. Per lector is een profielpagina opgenomen. Daarop is de lectorale rede te vinden, de activiteitenkalender van de betreffende lector, de kenniskring én een overzicht van publicaties. Uiteraard ontbreekt het mailadres niet, zodat u met de lector in contact kunt komen.

Verbinden

Uitgelicht

images (4)

Quote: Succes is not counted by how high you have climbed, but how many you brought with you.

(Wil Rose, @Inspire_Us)

Een van de rollen die een masterdocent vervult is ‘verbinden’. Verbinden betekent samenbrengen. Een van de onderliggende doelen van de masteropleiding professioneel meesterschap mbo:

  • U leert bestaand vakmanschap te verbinden met onderliggende concepten en theorieën
  • U leert uw handelen expliciet te verbinden met bredere maatschappelijke ontwikkelingen. (Centrum voor Nascholing , 2013)

Binnen het middelbaar beroepsonderwijs is verbinden onder meer te koppelen (verbinden) aan:

  • Verbinden van buitenschools leren met binnen schools leren (Lindeman & van Woudenberg, 2011) Echt leren of dieper leren ontstaat wanneer de schoolse kennis verbonden wordt met de buitenschoolse werkelijkheid en omgekeerd (Lindeman & van Woudenberg, 2011)
  • Verbinden van docenten met elkaar, met management met directie (Thurlings, van der Veen, & de Laat, 2012)
  • Nieuwe kennis verbinden met bestaande kennis (activeren van aanwezige voorkennis bij lerenden)
  • Het werkveld van een opleiding, domein verbinden aan het ROC (Petit & van der Meer, 2011)
  • De verticale beroepskolom vorm geven (de verbinding VMBO, MBO, HBO) (van den Berg, 2006)
  • Praktijkervaringen te verbinden met beschikbaar onderzoek en theoretische inzichten (van den Berg, 2006)
  • Verbinden van onderwijsinnovatie, professionaliseringsbeleid en organisatieontwikkeling.  Dit zou  op het niveau van opleidingsteams vorm moeten krijgen (Teurlings, 2009).

Geciteerde werken

Centrum voor Nascholing . (2013). Master Professioneel meesterschap in het MBO. Amsterdam: Centrum voor Nascholing.

Lindeman, H., & van Woudenberg, H. (2011). Verbinden van buitenschools leren met binnenschools leren. Utrecht: APS.

Petit, R., & van der Meer, M. (2011). Naar een verbindende leerarchitectuur. Strategische verkenning van de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt. ’s-Hertogenbosch: ECBO.

Teurlings, C. U. (2009). Professionalisering van roc docenten: zoeken naar verbinding. Tilburg: IVA beleidsonderzoek en advies .

Thurlings, M., van der Veen, D., & de Laat, M. (2012). Professionaliseren van docenten: het belang van peers. Heerlen: Ruud de Moor Centrum Open Universiteit.

van den Berg, N. (2006). Verbindend beroepsonderwijs. Competentiegericht onderwijs, samenwerking met bedrijven en de lectoraten. ’s-Hertogenbosch: CINOP.

Inspireren

Uitgelicht

change

Een van de rollen van een masterdocent vervult is inspireren.  Binnen de master Professioneel meesterschap in het mbo is inspireren een centrale competentie (Centrum voor Nascholing , 2013) . Het begrip inspireren is een diffuus begrip; de betekenis varieert met de context (Kenniskring Geïnspireerd Leren, 2007).

In de context van de synthese opdracht in het bijzonder bij het concretiseren van de rollen van een masterdocent gebruiken wij het begrip inspiratie in de betekenis van:  een bron van hoop, inzicht en ideeën (Kenniskring Geïnspireerd Leren, 2007).

De Onderwijsraad pleit in haar advies excellente leraren op school te laten fungeren als inspirerend voorbeeld, als rolmodel (de Onderwijsraad, 2011). Dit zou om twee redenen van belang zijn voor het onderwijs. In de eerste plaats om het talent van leerlingen optimaal te benutten. Als excellente leraren hun eigen kwaliteiten verder kunnen ontwikkelen en die van collega’s weten te bevorderen, komt dit ten goede aan de kwaliteit van het onderwijs en daarmee aan de prestaties van leerlingen. In de tweede plaats wordt het onderwijs als werkomgeving aantrekkelijker. Als excellentie bij leraren wordt herkend en erkend, blijven topleerkrachten beter behouden voor het onderwijs en zullen ook anderen eerder tot het vak worden aangetrokken.

Ten aanzien van de leerbaarheid van inspirerend zijn schrijft Edith Roefs in haar rapport: “Inspirerend docentschap is te leren, in een persoonlijke ontdekkingstocht met bezinning op beweegredenen en ontwikkeling: welke betekenis wil ik voor studenten hebben? Hoe heb ik mij ontwikkeld in mijn beroep van oorsprong, welke ervaringen zijn betekenisvol en hoe geldt dat voor mijn ontwikkeling als docent?” (Roefs, 2009).

Geciteerde werken

Centrum voor Nascholing . (2013). Master Professioneel meesterschap in het MBO. Amsterdam: Centrum voor Nascholing.

de Onderwijsraad. (2011). Advies Excellente leraren als inspirerend voorbeeld, uitgebracht aan de Minister en aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en. Den Haag: de Onderwijsraad.

Kenniskring Geïnspireerd Leren. (2007). Inspiratie, leren en onderwijzen. Emmen: Kenniskring Geïnspireerd Leren.

Roefs, E. (2009). Meesterschap, de docent als inspiratiebron. Zwolle: Lectoraat Pedagogische kwaliteit van het Onderwijs.

Coachen

Uitgelicht

Coaching van studenten is in het mbo een belangrijke docentenrol. Voor de masterdocent kan deze rol doorgetrokken worden naar het coachen van startende collega’s of gevorderde collega’s die een vervolgopleiding volgen. Masterdocenten krijgen dan naast hun dagelijkse lesactiviteiten de ruimte om als mentor te functioneren voor docenten-in-opleiding. Het kan ook zijn dat de coaching wederzijds is. Docenten nemen dan de taak op zich om elkaar door middel van vormen van collegiale coaching te ondersteunen, om hun onderwijs te verbeteren. Collegiale coaching wordt opgevat als een activiteit waarbij de coach en de gecoachte op vrijwillige basis reflecteren in een één-op-één situatie op het eigen lesgedrag. De coach geeft in de coachingsdialoog de collega feedback op zijn onderwijsgedrag op grond van lesobservaties. In de coachingsdialoog werken coach en gecoachte samen om te reflecteren op de eigen praktijk, om te experimenteren met nieuw lesgedrag, om vaardigheden op te bouwen, uit te breiden en te verfijnen, om ideeën uit te wisselen en problemen op de werkplek op te lossen  (Bergen & Veen, 2004 – 4).

Er zijn verschillende protocollen ontwikkeld om deze intervisie tussen collega-docenten te structureren (bijv. Collegiaal Ondersteund Leren). Vaak vormen concerns van de docenten zelf het startpunt van het coachingstraject. Soms ook zijn ervaren problemen de aanzet tot het coachingstraject, bijv. slechte leerlingresultaten in vergelijking met andere klassen op de school, of leerling-evaluaties van het onderwijs van een docent. Coaching voor zittende docenten hoeft niet alleen gekoppeld te zijn aan de introductie van een onderwijsvernieuwing, maar kan ook deel uitmaken van het personeelsbeleid op de school (Vermunt, 2006). Om dit mogelijk te maken, is er een nieuwe cultuur nodig in de scholen, waarin het individueel autonoom functioneren van docenten wordt vervangen door collegiale samenwerking. (Bergen & Veen, 2004 – 4). De masterdocenten kunnen een belangrijke rol spelen om deze cultuuromslag in gang te zetten.

Geciteerde werken

Bergen, T., & Veen, K. v. (2004 – 4). Het leren van leraren in een context van onderwijsvernieuwingen: waarom is het zo moeilijk? VELON Tijdschrift voor lerarenopleiders, 29-39.

Vermunt, J. (2006). Docent van deze tijd: Leren en laten leren. Utrecht: Oratie universiteit Utrecht.

Het Inspiratiemodel toegelicht.

Door Ad Goverde.
Inspiratiemodel vergroten

IM3L

Inspiratiemodel lerend team, leercirkel ter ondersteuning van de masterdocent in relatie tot de  leercyclus voor professionele teams en de drie kerncompetenties: onderzoeken, inspireren, ondernemen.

De masterdocent kan diverse rollen vervullen in een organisatie. De rollen kunnen enkelvoudig zijn maar de kracht van de masterdocent ligt verscholen in de koppeling van rollen. De drive van de masterdocent vindt zijn oorsprong in PASSIE voor onderwijs, AANDACHT voor de cursisten, eigen ontwikkeling (“Groeien als mens”) en KWALITEIT. Kwaliteit maak je niet alleen, kwaliteit hangt samen met de organisatie. De organisatie bestaat uit de directie, units, opleidingen en teams. Je hebt niet op alle onderdelen evenveel invloed maar dat is een zaak van ondernemen en organiseren. Het niveau waar je het meeste invloed op hebt is het klasniveau maar ook daar kun je kwaliteit niet alleen maken. Wat vandaag in de klas werkt, kan morgen leiden tot mislukking door bijvoorbeeld veranderde regelgeving uit de organisatie of vanuit het ministerie van onderwijs.

De wereld verandert, de cursist verandert en de docenten veranderen. Onderwijs wordt gemaakt door mensen, voor mensen en is bedoeld om te veranderen, met genoegen denk ik terug aan het sabeltand- en vuistbijlcollege (Snoek 2012).

De kracht van de organisatie ligt in ons tijdsgewricht niet in de financiën, maar in het lerend vermogen van de organisatie en zijn medewerkers (Diepenveen, 2005). Diepenveen haalt Dixon (1999) aan die een prachtige uitspraak doet over leren:  “Leren –niet de kennis zelf– is van cruciaal belang. Kennis is het resultaat van leren en is niet vaststaand maar moet voortdurend worden herzien en bijgewerkt”. Dat herzien en bijwerken is tot nu toe vooral ons werk voor de klas geweest. Vanaf nu geldt dat herzien en bijwerken ook voor de overige rollen die we binnen de organisatie gaan vervullen.

Het inspiratie model heeft tot doel de masterdocent te helpen bij de invulling van zijn of haar rol, omdat op een wijze te doen die het lerend vermogen van het team: induceert, uitlokt, inspireert en ondersteunt.

De inspiratie voor de leercirkel is vermoedelijk ( van der Hilst is daar zelf niet duidelijk over) te vinden in het werk van Kolb (1984) en de verschillende publicaties van de vijf disciplines van Peter Senge (1992, Senge, Kleiner, Roberts, Ros, & Smith, 1998, Senge, Cambron-Mccabe, Lucas, Smith, Dutton, & Kleiner, 2008).
Terwijl Senge de volgorde van de vijf disciplines vrij laat, mist van der Hilst als docent in schoolleiderschap de organisatie van de disciplines. Roberts, Ros, & Smith (1998 in Senge et al,1998) lossen dat op met de leercirkel van Kolb(1984) die zich richt op leren door ervaring en creëren daarnaast (Senge et al, 1998 p. 52) een complexe leercyclus voor teams. De gebruikte leercirkel voor professionele teams vind daar waarschijnlijk zijn oorsprong.

Senge (1992)
Teamleren is geen eenvoudige opgave, niet zelden is de som van de individuele intelligenties lager dan de individuele intelligentie. Het lerende team zou die paradox moeten kunnen oplossen. Senge belooft dat als het team werkelijk leert, ook de persoonlijke groei van de deelnemers veel sneller zal verlopen. De lat ligt hoog, zowel in belofte als doel want wat betekent werkelijk leren precies? Het idee van de leergroep is, dat als ergens een lerend team mogelijk moet zijn dan is het een school, een organisatie die gericht is op leren. De beloning als het werkt is een prettige werkomgeving, professionaliteit en een lagere ervaren werkdruk (flow?)

Inspiratiemodel downloaden

Literatuur:
Diepeveen, A. (2005). Leren, kennis en organisatie. Ik (Intellectueel kapitaal) (1), 18-23.
Dixon, N. (1999). De organisatie-leercyclus, hoe we collectief kunnen leren. (T. H.J.Tromp, Vert.) Amsterdam: Nieuwezijds.
Kolb, D. (1984). Experimential learning: experience as the source of learning an developing. New Jersey: Enelewood Cliffs.
Senge, P. (1992). De vijfde discipline. (A. Westendorp- Kauffmann, Vert.) Schiedam: Scriptumbooks.
Senge, P., Cambron-Mccabe, N., Lucas, T., Smith, B., Dutton, J., & Kleiner, A. (2008). Lerende scholen. (R. Boissevain, & A. Kuijk, Vert.) Den Haag: Academic Service.
Senge, P., Kleiner, A., Roberts, C., Ros, R., & Smith, B. (1998). Het vijfde discipline praktijkboek. (T. (. Rozenboom, Vert.) Schoonhoven: Academic Service.
Snoek, M. (2012, feb 10). Hoorcollege Perspectieven op schoolontwikkeling en -innovatie. Amsterdam: CNA.
Van der Hilst, B. (2012). Teamvorming begin er niet aan! Van twaalf tot achtien (2), 13-23.

Oratie J. Kessels (2012): Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte

Oratie van J. Kessels bij het aanvaarden van hoogleraarschap ” Opleidingskundig leiderschap, in het bijzonder het verbinden van lerende professionals in een kennismaatschappij.

Kessels, J. (2012). Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte (Oratie). Open Universiteit.

Reviewstudy over gespreid leiderschap en professionele ruimte van leraren

Reviewstudy  waarin de literatuur over gespreid leiderschap en professionele ruimte van leraren wordt verkend. Er wordt een conceptueel model voorgesteld om beide begrippen met elkaar in verband te brengen.

Inhoud:
  • Traditionele leiderschapsmodellen en hun tekortkomingen.
  • Collegiale modellen van leiderschap.
  • Aspecten van gespreid leiderschap.
  • De driehoek: leider(s), volger(s) en situatie.
  • Gespreid leiderschap in relatie tot professionele ruimte.
  • Onderzoek van professionele ruimte vanuit het perspectief van gespreid leiderschap.
Uitgebreide literatuur verwijzingen.
Hulsbos, F. , Andersen, I., Kessels, J. & Wassink, H. (2012). Professionele ruimte en gespreid leiderschap. Open Universiteit: Look rapport 37.

Zie ook: video van de masterclass waarin Liesbeth Kester in gesprek is met J. Kessels over Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte.

 

Zicht op informele kennis

Het artikel ” Zicht op informele kennis” gaat over leren in organisaties dat plaats vindt in netwerken en communities. Dit leren stimuleert waardecreatie en innovatie. In een onderzoek maakt men de contacten zichtbaar aan de hand van een contactenkaart. Zo zie je zwakke en sterke contacten, spinnen in het web en contacten die een brugfunctie vervullen. Tot slot lees je welke implicaties dit voor de praktijk in organisaties en scholen heeft. Het artikel sluit af met een literatuur vermelding.

Bron
De Laat, M., Meys,C. & Wassink, H. (2012). Zicht op informele kennis. O&O nr 5, 2012 pp 44-49

Filmpje met voorbeeld van netwerkleren op een school en het digitaal ontsluiten van het netwerk

Voorbeeldfilmpje van netwerkleren op scholen. Eerder hebben de scholen de expertises van verschillende leraren in kaart gebracht in een netwerkkaart. Nu wordt deze netwerkkaart digitaal ontsloten. Dit betekent dat je als leraar vanachter je computer op zoek kunt gaan naar een collega die kan helpen met het oplossen van je vraag.

Netwerkleren het netwerk ontsluiten.

Animatie over netwerkleren

Aan de slag met: Netwerkleren.

In een korte animatie wordt uitgelegd hoe je snel zelf aan de slag kunt met netwerkleren. 

Netwerkleren houdt in dat je snel en gestructureerd gebruik maakt van de kennis en kunde van je collega’s.

Hier vind je een Animatie over netwerkleren

 

What is a community of practice?

Filmpje waarin Etienne Wenger uitlegt wat een community of practice is.

Oratie Prof. dr. M. De Laat: Enabling professional development networks: How connected are you?

Video registratie van de oratie uitgesproken bij de benoeming als hoogleraar “De leraar als lerende medewerker in de sociale ruimte” . Titel oratie: Enabling professional development networks: How connected are you?

De Laat, M. (2012). Enabling professional development networks: How connected are you? Oratie op 7 december 2012, Open Universiteit.  www.look.ou.nl

Tool: Samen vernieuwen in de praktijk

Samen vernieuwen in de praktijk. Toolbox om werk te maken van innovatie.

De toolbox-doos bevat een boekje en twee sets kaarten met slimme aanpakken voor lastige situaties. Er is een set  kaarten met  11 ontwerp-principes en tips en een set kaarten met werkvormen.
In het boekje is innovatie als leerproces beschreven. De auteurs beschrijven hun kijk op innovatie en hun onderzoek naar innovatiepraktijken en literatuuronderzoek dat de basis vormt voor deze toolbox.  Aan de hand van 11 ontwerpprincipes geven ze handreikingen om werk te maken van innovatie.

  1. werk met een urgent en intrigerend vraagstuk
  2. ontwerp een nieuwe aanpak
  3. werk vanuit individuele werkvormen
  4. maak ongewone combinaties van materiedeskundigheid
  5. werk vanuit wederzijdse aantrekkelijkheid
  6. werk vanuit kracht
  7. maak iets samen
  8. verleid tot het zien van nieuwe signalen en het geven van nieuwe betekenissen
  9. verbind de wereld binnen de innovatiepraktijk met de  wereld daarbuiten
  10. werk aan de kwaliteit van de interactie
  11. maak er een leerproces van

Hoe je kunt werken met de ontwerpprincipes en de werkvormen staat beschreven in het laatste hoofdstuk.

Wanneer te gebruiken
Bij  vernieuwingstrajecten waarbij je samenwerkt aan innovatie op de werkplek is de toolbox een goed hulpmiddel. Het is een hulpmiddel voor de teamleider, projectleider, trekker of facilitator.

Hoe werkt het
Op elke kaart met ontwerpprincipes staat  een ontwerpprincipe. Op de achterkant staan tips om het principe in praktijk te brengen. Het boek legt uit hoe te werken met de set.
Op de werkvormkaarten staat een werkvorm  die bruikbaar is in het toepassen van de principes. Bij de werkvorm staat wat het is, wanneer te gebruiken, hoe het werkt en wat het oplevert.

Wat levert het op
In elke fase van het ontwerpproces zijn er ontwerpprincipes, tips en werkvormen die bijdragen aan productiviteit. Het boekje levert inzicht in de principes op. De sets kaarten zijn een handig hulpmiddel voor de facilitator van het innovatieproces.

Persoonlijke ervaring
Bij de start van een leer-netwerk “ICT in de klas” gebruikte ik ontwerp-principes en tips. Om focus aan te brengen gebruikte ik de kaart met “2×2 vragen” als werkvorm. Deelnemers kwamen daardoor direct in gesprek met elkaar over het onderwerp en het doel van de bijeenkomsten en leerden daarbij door de werkvorm ook elkaar kennen.

Bronvermelding
Verdonschot, S., Keursten, P. & Van Rooij, M. (2009). Samen vernieuwen in de praktijk. Houten: Bohn Stafleu van Loghum.
BSL heeft een voorbeeldhoofdstuk als inkijk-exemplaar.

Zoekmachine optimalisatie PDF bestand

Afgelopen vrijdag stelden we ons de vraag of pdf bestanden gemakkelijk door google en andere zoekmachines gevonden worden. Bijgevoegde link naar een artikel over zoekmachine optimalisatie (SEO – Search Engine Optimalisation) geeft antwoord op deze vraag. Het antwoord is: ja, PDF bestanden worden gelezen en geïndexeerd door zoekmachines.

http://www.traffic-builders.com/tblog/zoekmachine-optimalisatie/pdf-seo-proof-maken-om-te-scoren-in-search-seo-tip.html

Talent voor studeren

Hier vind je het analyseverslag van het onderzoek ‘Talent voor studeren.’

Een onderzoek waarin gekeken word hoe cursisten hun talenten voor studeren kunnen ontwikkelen op basis van hun leerstijl, hun ontwikkeling op de executieve functies en hun score op de beroepscompetenties.

Bekijk ook het interventieplan en het ontwikkelende planningsinstrument.

Talent-voor-studeren-analyseverslag