Over Cyril Minnema

Marketing docent op het ROC Nova College. Begeleiding onderwijsvernieuwing en examinering voor opleidingen commercieel. Op dit moment volg ik de studie Professioneel Meesterschap en daarvoor doe ik een praktijkonderzoek naar het gebruik van social media en de mogelijke leereffecten bij mbo cursisten. cminnema@novacollege.nl

Link

Een essay over vernieuwing in het onderwijs n.a.v. een gastcollege van Guuske Ledoux.

Essay: Verbindende leerarchitectuur binnen de opleiding Marketing

Lees meer….

Advertenties

Vernieuwingen in het onderwijs

Tijdens het hoorcollege van mevrouw Guuske Ledoux (Ledoux, 2011) over “vernieuwing in het onderwijs” spraken mij in eerste instantie een aantal stellingen aan waarover ik specifieke aantekeningen had gemaakt. Deze onderwerpen waren:

• Vernieuwing is vaak individueel per docent.
• Geen systematisch onderzoek.
• Generalisatie uitspraak lastig, vaak een te kleine onderzoeksgroep.
• Moeilijk vinden van een controle groep.
• Expeditie “durven, delen en doen”.
• Er wordt in het onderwijs weinig gebruik gemaakt van al gedane onderzoeken.
• Worden leraren die onderzoek doen betere leraren?

Aan de hand van deze punten zal ik een vrije opdracht maken en daarbij als voorbeeld een eigen project over invoering van sociale media gebruiken.

Volgens mevrouw Guuske Ledoux is vernieuwing er overal en altijd op microniveau: de docent die het eigen onderwijs verbetert. Er is daarbij een diversiteit van onderwerpen: instructie, toetsing, leerstofkeuze, nieuwe werkvormen, resultaten vastleggen, groeperingvormen. Meestal door de docent zelfgekozen en zelfgestuurd en meer of minder systematisch. Deze beschrijving komt mij persoonlijk bekend voor en regelmatig in mijn dagelijkse werkzaamheden tegenkom. De individuele docent die initiatieven onderneemt. Op team niveau vindt er samenwerking plaats maar vaak blijft het hangen bij een kleine groep docenten.

Een ervaren collega manager van mij die niet uit onderwijs kwam omschreef na twee jaar onderwijs ervaring een onderwijs organisatie als een complexe organisatie met vele variabelen. Het is constant rennen en te vaak achter de feiten aan. Ik ga nu niet in op al deze variabelen maar het typeert in mijn ogen wel hoe onze onderwijs organisaties zijn georganiseerd. Het is te vaak “brandjes blussen” laat staan dat wij aan “systematisch onderzoek” toekomen (Ledoux, 2011). In de praktijk passen wij te vaak de trial & error methode toe (lees niet systematisch onderzoek ) en zijn daar, al zeg ik het zelf, ook nog best succesvol mee. Als de individuele docent, of een beperkte groep kerndocenten, dit niet zouden doen dan zouden erop de werkvloer minder vernieuwingen ontstaan. Deze excellente docenten volgens Hattie (Hattie, 2003) hebben een voortrekkersrol en kunnen andere docenten motiveren. Hoewel volgens Ledoux het gevoel bij veel docententeams heerst dat vernieuwingen van boven worden opgelegd komen deze vernieuwingen vaak door initiatieven vanaf de werkvloer.

Mijn onderzoeksvraag voor mijn opleiding Professioneel Meesterschap heeft betrekking op het gebruik van sociale media in het onderwijs. Ik zal hier een apart systematisch onderzoek voor gaan doen. Ondertussen ben ik bij een derde jaars junior account managers klas al wel gestart met een voorloper van het onderzoek om middels de trial & error methode, een niet systematisch onderzoek, voorzichtig sociale media in te voeren en te kijken of dit positieve effecten heeft op de leerresultaten en tevredenheid van de cursisten. Reden van deze aanpak is dat op het Nova College gebruik wordt gemaakt van een intranet voor de communicatie met de cursisten. Uit navraag bij cursisten blijkt dat het intranet als passief en niet bij de tijd wordt ervaren. In de klas merk ik vaak dat cursisten hun mails niet hebben gelezen en zo af en toe hoor ik een cursist trots tegen een andere cursist zeggen dat hij/zij zijn mail een half jaar niet heeft geopend. School e-mails kunnen wel doorgestuurd worden naar een privé e-mail zodat leerlingen makkelijker thuis hun mail kunnen ophalen maar het beleid is dat privé e-mail adressen niet gebruikt mogen worden. Door toename van het gebruik in het dagelijkse leven van smart phones ( blackberry, I-phone) is de huidige cursist gewend geraakt aan een interactieve vorm van communicatie middels sociale media (Facebook, Twitter) en vindt men de traditionele communicatie vormen niet meer bij de tijd (Nelis & van Sark, 2011). Een voorbeeld van interactieve communicatie is dat wanneer er een bericht op Facebook wordt geplaatst men een berichtje ontvangt op het scherm van de smart-phone en daar gelijk weer op kan reageren. Interactief dus! Ik wil deze lesgroep als voorloper gaan gebruiken voor mijn systematische onderzoek om ideeën die ik nu heb over sociale media al op beperkte schaal te kunnen testen en uiteindelijk deze ervaringen voor het definitieve onderzoek te gaan gebruiken.

Wat heb ik tot nu toe gedaan? Onder het motto van het innovatie project “durven, delen en doen” in het voortgezet onderwijs (Harink-Goossen, 2011) heb ik gesprekken met cursisten gevoerd en gepolst wat men van mijn ideeën vindt. Privacy is een belangrijk onderwerp en men kan de privacy instellingen zo instellen dat de docent en cursist niet bij elkaars persoonlijke Facebook kunnen kijken maar wel bij de groeps Facebook. De cursisten kunnen zich dan vrijwillig aanmelden voor een Facebook lidmaatschap. Indien men dat niet wenst dan zal dit gerespecteerd worden er zal namelijk ook via het Nova intranet gecommuniceerd blijven worden. Er is bij Facebook een groep aangemaakt van “jr account manager Nova College”. Gastsprekers en stagebedrijven worden ook verzocht om lid te worden. Er zijn dus uiteindelijk drie partijen bij betrokken namelijk de cursisten, de docenten en stake holders zoals gastsprekers en stagebedrijven. Het idee erachter is zoals eerder aangegeven om een interactievere vorm van communiceren met diverse belangengroepen te krijgen en meer proberen in te spelen op de belevingswereld van de huidige cursisten populatie met als uiteindelijke doel het leren als prettiger te ervaren, betekenisvoller te maken en meer betrokkenheid bij de opleiding te creëren (Miedema, 2011) met als uiteindelijk doel betere leerresultaten. Wat doe ik allemaal met Facebook? Het plaatsen van aankondigingen van gastsprekers, het plaatsen van Youp Tube films over lessen die als naslagwerk kunnen dienen. Er zal ook een weblog gemaakt worden voor de stage periode waarin leerlingen elke twee weken kort kunnen beschrijven wat zij gedaan hebben en gaan doen. In mei 2012 wil ik de deelnemers een enquête laten invullen en kijken of zij werkelijk tevredener zijn over de opleiding.

Zoals ik eerder schreef wil ik mijn vooronderzoek ervaring gaan gebruiken voor mijn uiteindelijke onderzoek van de opleiding . Leren dus van een niet systematisch onderzoek waarbij het definiëren van generalisatie uitspraken moeilijk zal zijn. In ieder geval zal het bij type onderzoek zoals opgezet bij onze studie moeilijk zijn om generalisatie uitspraken te doen gezien de kleine schaal waarop het onderzoek plaatsvindt. Daarnaast zal het vinden van een goede controlegroep niet meevallen heb ik al ervaren en zijn er veel lokale variabelen die invloed hebben op het eindresultaat waarbij de docent misschien wel de belangrijkste rol speelt (Hattie, 2003). Maak meer gebruik van bestaand onderzoek oppert Guuske Ledoux. Ik zal daarom regelmatiger de website van het Kohnstamm instituut raadplegen. Om te eindigen met de vraag van Guuske Ledoux “Worden nu leraren die onderzoek doen betere leraren?”. Daar kan ik nu nog geen eenduidig antwoord op geven maar mijn eigen ervaring is wel dat door het doen van onderzoek je er niet slechter van wordt en hierdoor het vak meer verdieping kan geven.

Literatuur :

Harink-Goossen, C. (2011). Opgeroepen op januari 4, 2012, van durvendelenendoen.
Hattie, J. (2003). What are attributes of excellent teachers ? Wellington: New Zealand: Council for educational research.
Ledoux, G. (2011, december 9). Nieuwe leren . Hoorcollege in het kader van de opleiding professioneel meesterschap CNA. Amsterdam, Nederland.
Miedema, W. (2011, oktober 14). Leren in vijf dimensies. Gastcollege in het kader van de opleiding Professioneel Meesterschap . Amsterdam.
Nelis, H., & van Sark, Y. (2011). Puber brein, binnenste buiten. Utrecht: Kosmos uitgevers B.V.

Social media

Social media zijn niet meer weg te denken uit onze maatschappij. In 2012 gaat in Nederland 86% procent van de leeftijdsgroep 12-25 jaar regelmatig mobiel online, tegen 21% in 2007 (CBS, 2012). Mobiele internetters doen dit vooral voor het onderhouden van contacten. Bijna drie kwart van hen e-mailt en twee derde neemt deel aan sociale netwerken zoals Hyves, Facebook en Twitter (CBS, 2012). Hiermee lopen Nederlandse jongeren in de Europese Unie voorop. Er wordt hierbij geen onderscheid gemaakt in de intensiteit van het gebruik door cursisten uit het lager-, middelbaar- of hoger onderwijs (Sleijpen, 2010). Door toename van het gebruik in het dagelijkse leven van smartphones, zoals Black Berry en I-phone, is de huidige cursist gewend geraakt aan interactieve vormen van communicatie door middel van social media en vindt men de traditionele communicatievormen niet meer bij de tijd (Nelis & van Sark, 2011).

Wanneer te gebruiken
Social media moet bij jouw didactiek passen als docent. De term social media is geïnspireerd op en afgeleid van de term ‘massamedia’ en geeft de verschuiving weer van het zenderontvanger model van de traditionele media naar een model dat gebaseerd is op een interactieve relatie. Social media worden dan ook door sommigen toegejuicht als de democratisering van de massamedia waarbij iedereen kan participeren. Termen die met social media worden geassocieerd zijn onder andere openheid, gemeenschap, gelijkwaardigheid, wederkerigheid en conversatie (Schoondorp,2010).

Hoe werkt het
Er zijn diverse mogelijkheden. De aanbevelingen die ik voor mijn praktijkonderzoek heb geformuleerd zijn:
• Verbetering communicatie in de klas door het opzetten van een groepen Facebook pagina.
• Het aanmaken van een groeps Whatsapp.
• Opzetten van een Blog tijdens de stage.
• Lessen serie ‘social media en commercie’ in het vak marketing.
• Lessen mediawijsheid.

Tip: betrek de cursisten intensief bij het opzetten van dit traject. Vooral bij het opzetten van de Facebook pagina en een Blog tijdens de stage. Laat de leerlingen vooral zelf de inhoud van de pagina’s bepalen. Bijvoorbeeld welke informatie gaan we via de verschillende social media delen? Via de Facebook groep: ‘Social media in het mbo’ is er een lessenserie te verkrijgen. Met het ontwikkelen en uitvoeren van deze social media verwacht ik dat leerlingen het vinden van informatie als gemakkelijker en leuker gaan ervaren. Wat van belang is dat het hun ‘ding’ wordt en niet iets wat de docent zo graag wil.

Wat levert het op
Social media kunnen een ondersteunende didactische en pedagogische rol spelen in de leerontwikkeling en prestaties van de cursisten en het lesprogramma betekenisvol maken. Nogmaals, het moet wel bij jouw huidige didactische werkvormen passen (zie wanneer te gebruiken).

Persoonlijke ervaring
Social media zijn prettig om tijdens de lessen mee te werken. Vooral de Facebook pagina wordt door mij als prettig ervaren. Naar aanleiding van mijn onderzoek heb ik een interventie hiermee gedaan. De interventie ga ik nog analyseren en interpreteren maar de eerste indrukken op het gebied van verbeterde communicatie zijn zeker positief. Ik zal in een later stadium de uitkomsten uit de interventie onderzoek hierbij plaatsen.
Bijgevoegd vindt u mijn analyseverslag op basis waarvan ik de interventie heb opgezet.
Analyseverslag Social Media Cyril Minnema 27mei2013

Wikiwijs
In de bijgevoegde Wiki van ROC Nova College vindt u tips & tools voor het gebruik van social media in het onderwijs
http://maken.wikiwijs.nl/30986/Sociale_media#page-139720

YouTube
Hier vindt u enige YouTube films over social media in het onderwijs. Niet alle films zijn wetenschappelijk onderbouwd maar geven wel een impressie over wat er speelt in onderwijsland :

Doekle Terpstra voorzitter CvB Inholland over het gebruik van Socal Media in het onderwijs

Amerikaanse film over gebruik van social media in education.

Bronvermelding
CBS. (2012, oktober 23). Verdere groei mobiel internetgebruik. Opgehaald van Centraal Bureau voor de statistiek: http://www.cbs.nl
Nelis, H., & van Sark, Y. (2011). Puber brein, binnenste buiten. Utrecht: Kosmos uitgevers B.V.
Schoondorp, M. (2010). Social media en de kansen voor het onderwijs. SURFnet/Kennsinet. Zoetermeer.Innovatieprogramma.
Sleijpen, G. (2010, januari 10). Artikelen en persberichten. Retrieved 01 12, 2012, from Centraal Buro Statistiek: http://www.cbs.nl