Leraar zijn

Leraar zijn: Rapport Onderwijsraad over persoonlijke professionaliteit van docenten PO, VO en MBO
De leraar is essentieel voor de kwaliteit van ons onderwijs. Er worden regelmatig nieuwe (beleids)initiatieven ondernomen om de professionaliteit van leraren te versterken. Deze richten zich echter vooral op de ‘buitenkant’ van het beroep, namelijk de status en het respect van de beroepsgroep, en veel minder op de ‘binnenkant’ van het leraarschap: de houding en het handelen van individuele leraren in hun dagelijkse onderwijspraktijk. De Onderwijsraad ging in gesprek met ruim 140 leraren en andere deskundigen over de persoonlijke professionaliteit van leraren.
Het rapport gaat onder meer in op de veranderlijke maatschappelijke context van het leraarschap; de complexe beroepspraktijk die zich moeilijk laat vangen in protocollen en voorschriften; veranderde gezag relaties van de leraar naar ouders, leerlingen en anderen; invloed van leraren buiten de klas en het belang van een kritisch-onderzoekende houding.
‘Leraar zijn’ is rijk gelardeerd met citaten van leraren in het PO VO en MBO en schetst een aantal concrete dilemma’s uit de onderwijspraktijk

http://www.onderwijsraad.nl/upload/publicaties/733/documenten/leraar-zijn.pdf

Advertenties

Citaten Oratie L. Nieuwenhuis 2012 Leven lang leren on the roc’s   www.ou.nl (look)

p.24-25 De kern van de publieke waarde die wij van het mbo verlangen, startbekwame jongeren die zich kunnen redden op de arbeidsmarkt, vraagt om teamwork. Beroepscompetentie vereist integratie van meerdere kennisinhouden, vakvaardigheid en inzetbaarheid, naast burgerschap en participatie. Dat vereist verschillende vaardigheden van docenten en begeleiders, die niet makkelijk in één persoon te verenigen zijn. Den Boer en ter Wee (2002) hebben voor het groen onderwijs drie profielen van docenten in kaart gebracht: de vakdocent, de praktijkdocent en de pedagoog. Moerkamp & Hermanussen (2011) komen voor het gehele mbo tot een vergelijkbare indeling.

p. 25 In het doorbraakproject rond werkplekleren (cf. Nieuwenhuis e.a., 2011) wordt het ‘extended team’ ten tonele gevoerd: goed beroepsonderwijs zal in coöperatie met het lokale bedrijfsleven vormgegeven moeten worden. Het opleidingsteam beperkt zich dus niet binnen de grenzen van het roc, maar vormt een regionale netwerkorganisatie.De kwaliteit van het primaire opleidingsproces is afhankelijk van de kwaliteit van het functioneren van het extended team.

p.32 Daarnaast wordt steeds duidelijker dat een initiële opleiding startbekwame vaklieden oplevert, maar geen vakbekwaamheid: om het niveau van proficient vakman of vakvrouw te bereiken op de expertise-ontwikkellijn die Dreyfus & Dreyfus schetsen (1982, 2005; zie ook Nieuwenhuis & Poortman, 2009; Poortman, Illeris & Nieuwenhuis, 2011), is zo’n tienduizend uur deliberate practice nodig (Ericsson, e.a., 2006; Van der Wiel, Van den Bossche & Koopmans, 2011). Na de initiële opleiding is vanuit de arbeidsorganisatie gerichte mentoring nodig om nieuwe personeelsleden hierbij te ondersteunen. Van Dartel, Teurlings & Wiersma (2005) constateren dat er in het mbo nog te weinig wordt geïnvesteerd in krachtige inwerktrajecten voor nieuwe docenten. Het mbo is hier geen uitzondering: in tegenstelling tot de VS en bijvoorbeeld Duitsland (zie Ingersoll & Strong, 2011) heeft het Nederlandse onderwijs op dit terrein geen traditie.

p.34 Klatter (2011) pleit ook voor de ontwikkeling van meer ontwerpvaardigheden in het mbo. Zij sluit hierbij aan bij het werk van Van Merriënboer (2010). Ontwerpvaardigheden zijn des te noodzakelijker, gezien de vraag naar maatwerk in het mbo.

Piet Boekhoud over docenten

PietBoekhoud

 

Piet Boekhoud is Lector Pedagogiek van het beroepsonderwijs aan de Hogeschool Rotterdam. 

Pedagogiek als tweede natuur (2011), Rotterdam University Press.


“Als Maarten Luther King had gezegd: ‘ik heb een strategisch beleidsplan ’in plaats van ‘ik heb een droom’ hadden zijn woorden nooit zoveel kracht en uitwerking gekregen”. (Roumen 2008) (p.17)

(p.40) “…dat we in het onderwijs supermensen nodig hebben die niet alleen iets kunnen: vakkennis en (pedagogisch-didactische) vaardigheden toepassen, maar die ook iets ZIJN: empathisch met een rechte rug. Goede leraren zijn mensen die over persoonlijke eigenschappen beschikken waardoor andere mensen zich gestimuleerd voelen om zich te ontwikkelen. Denk aan:

  • Liefde
  • Bewogenheid
  • Betrokkenheid
  • Nieuwsgierigheid”.

(p.46) “Leraren die vertrouwen hebben in hun vakmanschap en bereid zijn dit blijvend te ontwikkelen, zijn geïnspireerde leraren. Het zijn docenten die zich niet laten leiden door de laatste trends in onderwijsland, maar weloverwogen keuzes maken voor wat nodig is voor de ene leerling op dat specifieke moment. Zij kijken met optimisme en vol verwachting naar jongeren. Niets is zo bevorderlijk voor de groei van een leerling als een verwachtingsvolle blik van de leraar”.

foto piet boekhoud

 

BIO competenties

Afbeelding

plaatje bio

In augustus 2006 is de Wet op de Beroepen in het onderwijs, de Wet BIO, van kracht geworden. Sinds die tijd zijn er bekwaamheidseisen voor leraren.

samenvatting bekwaamheidseisen

1 Een goede leraar is interpersoonlijk competent. Hij kan op een goede, professionele manier met leerlingen omgaan.

2 Een goede leraar is pedagogisch competent. Hij kan de leerlingen in een veilige werkomgeving houvast en structuur bieden om zich sociaal-emotioneel en moreel te kunnen ontwikkelen.

3 Een goede leraar is vakinhoudelijk en didactisch competent. Hij kan de leerlingen helpen zich de culturele bagage eigen te maken die iedereen nodig heeft in de hedendaagse samenleving.

4 Een goede leraar is organisatorisch competent. Hij kan zorgen voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte sfeer in zijn groep of klas.

5 Een goede leraar is competent in het samenwerken met collega’s. Hij kan een professionele bijdrage leveren een goed pedagogisch en didactisch klimaat op de school, aan een goede onderlinge samenwerking en aan een goede schoolorganisatie.

6 Een goede leraar is competent in het samenwerken met de omgeving van de school. Hij kan op een professionele manier communiceren met ouders en andere betrokkenen bij de vorming en opleiding van zijn leerlingen.

7 Een goede leraar is competent in reflectie en ontwikkeling. Hij kan op een professionele manier over zijn bekwaamheid en beroepsopvattingen nadenken. Hij kan zijn professionaliteit ontwikkelen en bij de tijd houden.

Bron: http://www.onderwijscooperatie.nl/?nl/onderwijscooperatie/bekwaamheid/&art=112

Fokke en Sukke