Open de deur van het klaslokaal

Tijdens de Summit on Teaching Profession die 13 en 14 maart plaats vond was er ook een select gezelschap van studenten van de lerarenopleidingen in de Beurs van Berlage. Zij hadden de minister Jet Bussemaker beloofd, om geïnspireerd door de Summit een aantal punten te presenteren die zij als aanstormende docenten belangrijk vinden.

Zoals de Belgische delegatie het volgens de studenten verwoordde: “The teaching profession is the lonely profession, het is een eenzaam beroep en daar moeten we vanaf”. Dit moet gebeuren door de deuren voor collega’s open te zetten, om zo bij elkaar in de klas te kijken.

Dat zorgt er voor dat er binnen het docententeam vertrouwen komt. Peer-review is een belangrijk aspect, maar volgens de studenten moet er vanuit het ministerie nog wel echt iets gebeuren om ook daadwerkelijk echt die ruimte en middelen te krijgen om bij elkaar in de klas te kunnen kijken.

Lees hier het volledige bericht: http://www.scienceguide.nl/201304/nieuwe-docenten-adviseren-minister.aspx

Heeft professionalisering effect ?

Het sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt heeft in 2011 een literatuurstudie laten verrichten naar professionalisering in praktijk. Enkele bevindingen zijn:

“… kunnen we stellen dat uit het literatuuronderzoek blijkt dat over het effect van scholing (van leraren) op het onderwijsleerproces (met leerlingen) maar beperkte kennis beschikbaar is. Het stellen van duidelijke doelen (dicht bij de primaire taak van de leraar en van zijn werkomgeving) en het kiezen van de juiste middelen daarbij (zoals vormen van actief, collegiaal en samenwerkend leren) zijn basisvoorwaarden om professionalisering zijn uitwerking te laten hebben op het onderwijsleerproces. Dit proces is nog niet overal in het voortgezet onderwijs volgroeid. De dialoog tussen schoolleider en leraar staat aan het startpunt van professionalisering; effectmeting staat aan het eindpunt. Als leraren en schoolleiders het oog bewust – en vooraf – richten op de opbrengst voor het onderwijs aan leerlingen, kan op het rendement van professionalisering in die dialoog beter worden gestuurd.” (p.5)

“Door een analyse van 34 interventiestudies komen de onderzoekers tot een aantal aanwijzingen voor effectieve kenmerken van professionalisering:

∞ de professionaliseringsvorm is van belang en bruikbaar voor het dagelijks
werk van de leraar;
∞ er ligt een focus op vakinhoud en didactiek;
∞ actief leren en onderzoeken heeft de voorkeur;
∞ er is sprake van collectieve participatie en samenwerking;
∞ de actie is substantieel van omvang (in tijd) en blijvend;
∞ de professionalisering is theoretisch onderbouwd en intellectueel uitdagend en
tot slot
∞ samenhangend met landelijk of schoolbeleid.”(p.16)

“Deze kenmerken vertonen een sterk correlatie met de kenmerken van netwerkleren en informeel leren, waarbij kennis door beroepsbeoefenaren (in samenwerkingsverbanden) wordt geconstrueerd in de dagelijkse praktijk en met betrekking tot de dagelijkse praktijk. Netwerkleren en informeel leren hebben hun eigen opbrengst en vormen bovendien “de oprit” naar de weg van formeel leren.”(p.18)

Lees hier het hele rapport: caop research professionalisering_in_praktijk_literatuurstudie – dec 2011

MBO Raad en OCW sluiten akkoord: professionalisering docenten en managers in 5 stappen

22-11-2011 – De kwaliteit van docenten en managers in het mbo zal de komende jaren verder verbeteren. Daartoe hebben de MBO Raad en Halbe Zijlstra, staatsecretaris OCW, een akkoord gesloten. Het akkoord bevat afspraken over professionalisering van het onderwijspersoneel, de bekwaamheid van het management, kwaliteitsverbetering van het HRM-beleid, instroomroutes personeel en prestatiebeloning. Jan van Zijl, voorzitter MBO Raad, is gelukkig met dit 5 stappen-akkoord. “De sterkte en de slagvaardigheid van het mbo wordt bepaald door de kwaliteit van onze medewerkers. Die kan nu verder omhoog.”

Door de aard van haar opleidingen is het mbo essentieel voor het functioneren van de kenniseconomie. De medewerkers in het mbo spelen een cruciale rol bij het uitvoeren van de opleidingen. Het nu gesloten akkoord is een voorlopig hoogtepunt in de sociale innovatieslag die de sector een aantal jaren geleden inzette. Basis is, naast het Actieplan Focus op Vakmanschap en het Actieplan Leraar 2020, het Professioneel Statuut dat het mbo twee jaar geleden sloot met de vakbonden. Dit statuut regelt de wijze waarop de docent het onderwijs met zijn collega’s organiseert. “Uniek voor het onderwijs en nog altijd enig in z’n soort,” zegt Jan van Zijl. “De nu gemaakte afspraken tussen MBO Raad en OCW verhogen aanvullend daarop de vakbekwaamheid van de docenten en managers. En trouwens ook de instructeurs.”

Enkele onderdelen 5 stappen
Van Zijl: “Om de afspraken vorm te geven gaan de mbo-instellingen onder meer vastleggen hoe en met welk resultaat zij hun onderwijspersoneel tot 2015 in staat stellen zich verder te ontwikkelen. Ook zal het mbo de in Leraar 2020 opgenomen ambitie steunen om het aantal masteropgeleide leraren substantieel te verhogen.” Daarnaast ontwikkelt de MBO Raad onder andere een competentieprofiel voor het management. “We stellen ook onderhoudseisen vast die de instellingen gaan gebruiken voor scholing van de managers.”

Bron: http://www.mboraad.nl/News.aspx?news=3057

Lees hier het actieplan-leraar-2020

Docent van het jaar (2011) Susanne Winnubst aan het woord

“De kern van goed onderwijs is de relatie tussen leerkracht en leerling. De leraren zijn het kapitaal van de school. “Ik vind het heel fijn als roc’s zuinig zijn op hun kapitaal”, zegt
Winnubst. “Soms krijg je uit beleidsstukken de indruk dat docenten puur als uitvoerders worden gezien van beleid dat elders bepaald wordt. Geen wonder dat docenten onmiddellijk op zoek gaan naar ‘de onderste la’. Het laatste jaar is daar een kentering in gekomen”, meent Winnubst. “Tijdens het laatste CVI-congres was duidelijk een ander geluid hoorbaar: ‘Zet de teams in hun kracht. En heb vertrouwen in de professionaliteit van de leerkracht’. Dat zet het management in een meer faciliterende rol met sturing alleen dáár waar nodig. Want goede en tevreden docenten bepalen de kwaliteit
van je onderwijs.” ”

Lees hier het hele interview met haar: ecbo dimensies 13, juni 2013

Het ministerie van OCW over een tekort aan mbo docenten en toch hogere eisen…

Geupload op 7 jun 2011

Op 6 juni is hetnieuweberoepsonderwijs.nl te gast Jeanette Noordijk, directeur BVE bij het ministerie van OCW. Haar taak is het garanderen en bevorderen van kwaliteit, toegankelijkheid en doelmatigheid van het onderwijsaanbod in het mbo. Op dit moment speelt ‘Focus op vakmanschap’. OCW organiseert regiobijeenkomsten met ROC’s om reacties op het plan te horen, en met scholen in gesprek te gaan over dit plan.
Jose van de Berg en Jelle Koolstra praten met Jeanette Noordijk.
Het onderwijsveld krijgt door de vergrijzing te maken met een grote uitstroom aan docenten. Een tekort dreigt, maar tegelijkertijd worden de eisen die aan de docenten worden gesteld hoger. Noordijk vindt dat docenten op hun professionaliteit mogen worden aangesproken, maar dat ze ook de ruimte moeten krijgen om die professionaliteit te verhogen. Het kabinet beseft dat hiervoor middelen moeten worden vrijgemaakt.
Zij-instroom vanuit het beroepsleven kan helpen het dreigende tekort aan docenten op te vangen. Ook moet er in de eindfase van de docentenopleidingen meer nadruk komen te liggen op het beroepsonderwijs. En voor hbo-studenten zou extra didactische opleiding naast hun studie beschikbaar moeten komen. Daarnaast moet kritisch worden gekeken naar de doelmatigheid van opleidingen: bij een te grote versnippering of te weinig studenten kunnen opleidingen denken aan bundeling, ook over de grenzen van de eigen instelling.

‘Bumpy moments’ voor mbo docenten

In opdracht van de Onderwijsraad is door het ECBO een studie gemaakt van dilemma’s die docenten in hun dagelijkse onderwijspraktijk ervaren. Deze studie maakt deel uit
van een verkennend onderzoeksproject van de Onderwijsraad naar persoonlijke
professionaliteit van docenten. De studie van de Onderwijsraad richt zich op de
zogeheten ‘binnenkant’ van het docentschap, waarbij het dagelijks handelen
van docenten in hun onderwijspraktijk centraal staat. Deze studie geeft inzicht
in de ‘binnenkant’ van het leraarschap door dilemma’s die docenten ervaren in
dagelijkse onderwijssituaties uit te lichten.

“Een bumpy moment verwijst in deze studie naar een interactiemoment in de dagelijkse onderwijspraktijk waarin docenten, volgens eigen inzicht, legitiem gehandeld hebben en waarin zij achteraf een legitiem handelingsalternatief kunnen aanwijzen”(p.9)

Op basis van de resultaten kan worden geconcludeerd dat wanneer docenten wordt gevraagd naar interactiemomenten in hun dagelijkse onderwijspraktijk waarin ze, volgens eigen inzicht, legitiem hebben gehandeld en waarin zij achteraf een legitiem handelingsalternatief kunnen aanwijzen, ze vooral bumpy moments naar voren brengen die raken aan: 1) hun professionele rolopvatting en de wijze waarop ze zich tot hun leerlingen verhouden (wie-dilemma’s), 2) de wijze waarop ze onderwijssituaties organiseren en leerlingen begeleiden in hun leerproces en de wijze waarop ze het gedrag van hun leerlingen aansturen (hoe-dilemma’s), en 3) welke leerinhouden leerlingen zich eigen zouden moeten maken (wat-dilemma’s).”(p.25)

Lees hier het complete onderzoek: ECBO study-bumpy-moments-versie-1103

Actieplan ‘Focus op vakmanschap 2011-2015’

Het actieplan ‘Focus op vakmanschap’ werd in 2011 gelanceerd door de toenmalige minister van Onderwijs, Marja van Bijsterveldt.

Dit wordt in het actieplan gezegd over vakmanschap van docenten:

Professionaliseren docenten:

Goede docenten zijn cruciaal voor de realisatie van de onderwijsdoelstellingen. Het is dan ook noodzakelijk om docenten in positie te brengen en op resultaat aan te spreken. Hiervoor wordt de professionele ruimte van de docent in de organisatie versterkt. Werkgevers en werknemers in het mbo hebben, als enige onderwijssector, reeds een Professioneel Statuut hiervoor afgesloten en lopen daarmee vooruit op de invoering van het wetsvoorstel Versterking positie leraren. Daarnaast moeten docenten hun professionaliteit verder kunnen ontwikkelen. In die doelstelling past de verplichting tot na– en bijscholing en de inrichting van een lerarenregister.(p.3)”

“Het kabinet zet daarom sterk in op de kwaliteit van het onderwijspersoneel. Het actieplan ‘LeerKracht van Nederland’ wordt voortgezet. Bovendien wordt extra geïnvesteerd in professionalisering en prestatiebeloning om kwaliteit te verhogen en te belonen. De staatssecretaris van OCW brengt in de eerste helft van 2011, namens het kabinet, hiervoor een actieplan uit dat ook het mbo omvat. In dit plan wordt ook ingegaan op instroom van voldoende nieuwe leraren en zij_instromers uit het bedrijfsleven. Daarnaast wordt een standpunt ingenomen over het komend advies van de Onderwijsraad over een flexibeler opleidingen_ en kwalificatiestelsel voor leraren in het (v)mbo, bijvoorbeeld via een minor in vakbacheloropleidingen. Opleiden van docenten en zij_instromers in de school, via een samenwerking tussen mbo_instelling en lerarenopleiding (academies), blijkt in de praktijk al tot goede resultaten te leiden.(p.4)”

plaatje FOV Vakmanschap

 

Lees hier het actieplan: actieplan-mbo-focus-op-vakmanschap-2011-2015

Het werkveld over bpv knelpunten

In 2009 is een rapport verschenen van onderzoeksbureau Dijk12 , waarin de bevindingen worden weergeven van een onderzoek naar de ervaringen van leerbedrijven in de dagelijkse praktijk met het verzorgen van bpv-plaatsen voor studenten. Uit dit rapport blijkt dat het merendeel van de leerbedrijven minimaal één knelpunt ervaart bij het verzorgen van de bpv. De knelpunten die door de bedrijven als ‘meest belangrijk’ worden aangemerkt zijn: 

  • verschillen tussen de onderwijsinstellingen in het gegeven onderwijs én de geboden hulpmiddelen (gebrek aan uniformiteit);
  • de voorbereiding en de begeleiding van de student door de onderwijsinstelling; 
  • de begeleiding van de student door de onderwijsinstelling; 
  • een gebrek aan vakkennis en vaardigheden van studenten om de praktijkoefening te kunnen verrichten. 

De door de leerbedrijven aangedragen knelpunten betekenen overigens niet dat bij álle
onderwijsinstellingen álle zaken niet goed lopen. Door meer dan de helft van de bedrijven wordt de samenwerking met de school in algemene zin als goed beoordeeld. In vergelijking met 2006 is er in 2008 bovendien een toename in de begeleidingstijd van leerbedrijven voor bol-studenten: van 2,7 uur naar 4,1 uur per week per student. Daarnaast zijn de opleidingsinvesteringen van leerbedrijven in ieder geval niet lager geworden en in het geval van bol-studenten zelfs toegenomen.

Lees hier het rapport van Dijk 12 : Beroepspraktijkvorming ervaringenleerbedrijven Dijk 12 onderzoek

Studenten aan het woord: als ik één ding zou mogen veranderen…

‘…dan zou er een vergoeding komen voor het feit dat er geen ov-kaart voor ons is.’
Student aan het ROC Koning Willem I in Den Bosch
‘…dan zouden we de stoffen die we nodig hebben voor onze opleiding niet hoeven te betalen’
Student aan het ROC Aventus in Zutphen
‘…dan worden er niet meer zomaar leraren voor de klas gezet terwijl ze geen les kunnen geven.’
Student aan het ROC Mondriaan in Delft
‘…dan zou het management opdonderen. Leraren weten beter wat nodig en interessant is.’
Student aan het ROC de Leijgraaf in Veghel
‘…dan zou ik de begeleiding krijgen die ik nodig heb bij stage bijvoorbeeld.’
Student aan het Albeda College in Rotterdam
‘…dan zou ik, in plaats van zelfstandig moeten werken terwijl iemand toekijkt, echt les willen krijgen.’
Student aan het ROC Arcus in Heerlen
‘…dan zou ik niet zo kinds behandeld willen worden. Wij zijn 18 of ouder.’
Student aan het ROC Landstede in Harderwijk
‘…dan zou ik willen dat alles één ding was en alles anders werd. Dat de docenten echt les gingen geven.’
Student aan het ROC Asa in Amersfoort
‘…dan zou er meer vertrouwen zijn in leerlingen in plaats van controle met pasjes enzo.’
Student aan het ROC a12 in Ede

Ontleend aan het rapport ‘Mbo verdient beter!’ (2012) van ROOD, jong in de SP.

Lees hier het rapport:

mbo verdient beter_def

Prof. dr. Loek Nieuwenhuis over werkplekleren

Gepubliceerd op 18 apr 2012

Voor de start van de Community Werkplekleren op 19 april 2012 op de Politieacademie in Apeldoorn verzorgde prof. dr. Loek Nieuwenhuis een introductie. Hij vertelt wat er precies is gedaan tijdens het Doorbraakproject Werkplekleren. Daarnaast benoemt hij de 4 belangrijkste inzichten die zijn verkregen door het onderzoek.

 

Meer te weten komen over werkplekleren? Volg deze link, o.a. naar een video van een lezing (55 min.) van Loek Nieuwenhuis voor de Open Universiteit over werkplekleren:

http://www.werkplekleren.net/profiles/blog/list?tag=loek

‘Bumpy moments’ in de dagelijkse onderwijspraktijk

“Professionele oordelen van docenten worden gestuurd door externe belangen
en verwachtingen en door wat docenten zelf als betekenisvol en belangrijk
beschouwen voor hun eigen onderwijspraktijk. Docenten werken binnen formele
kaders die worden opgelegd door de overheid, beleidsmakers, schoolbesturen,
opleidingsmanagers, teamleiders enzovoort. Tegelijkertijd hebben docenten een
bepaalde vrijheid om zelf keuzes te maken over datgene wat zij in het belang van
hun leerlingen achten. Ponte (2009) geeft in dit verband aan dat docenten steeds
opnieuw een balans moeten vinden tussen enerzijds het formuleren van eigen
doelen en manieren om die doelen te verwezenlijken en anderzijds het aanpassen
aan formele kaders die door anderen zijn vastgesteld. Bij het zoeken naar deze
balans moeten verschillende belangen worden afgewogen.”(p.7)

“Het doel van deze studie is inzichtelijk te maken welk type tegenstrijdige handelingsalternatieven docenten in hun dagelijkse onderwijssituaties ervaren.”(p.8)

Een gedeelte van dit ECBO onderzoeksrapport uit 2012 gaat over het mbo.

Lees hier het hele rapport: ECBO study-bumpy-moments-versie-1103

Cees Sprenger over vakmanschap als beweging.

“Vakmensen worden uitvoerders van instructies waarover zij zelf niet meer
mogen nadenken.” (p.18)

“In veel van onze grote instituties zoals onderwijsorganisaties, ziekenhuizen en politiekorpsen heeft de rationele, bedrijfsmatige wijze van organiseren
gaandeweg de overhand gekregen (van Dinten, 2002). Bedrijfsprocessen zijn opgezet vanuit een rationele en analytische visie, rekening houdend met alle belangen van de verschillende betrokken partijen. Vakmensen vormen in die keten nog maar een kleine schakel, ze hebben geen overzicht meer over het geheel en kunnen daarom hun kennis
en intuïtie niet optimaal gebruiken. En dat terwijl vakmensen juist ruimte nodig hebben om
hun meesterschap te ontwikkelen.” (p.18)

“Goed vakmanschap is teamwork.”(p.19)

Lees hier het hele artikel: Vakmanschap als beweging artikel Cees Sprenger

De mening van prof.dr. Loek Nieuwenhuis over docenten in het mbo

” Aandacht voor de professionaliteit van de docenten is van het allergrootste belang. In Learning for Jobs stelt de OECD (2009) dat de kwaliteit van het beroepsonderwijs staat of valt met de kwaliteit van de leerkrachten. Hiervoor heb ik proberen duidelijk te maken, dat het daarbij niet alleen om individuele kwaliteit gaat, maar zeker ook om teamkwaliteit. Dat houdt omgekeerd ook in dat niet elke docent over dezelfde kwaliteiten zou moeten beschikken. Moerkamp en Hermanussen (2011) onderscheiden net als Den Boer en Terwee (2002) een drietal docenttypen in het mbo: de leermeester (praktijkdocent), de didacticus (vakdocent) en de pedagoog (begeleider van leer- en loopbaanprocessen). Boekhoud (2011) stelt, op basis van zo’n veertig jaar ervaring onder meer op het Albeda College, een lijst samen van zo’n 26 kennis- en kundeaspecten waarover een docent beroepsonderwijs zou moeten beschikken, variërend van respect, voorbeeldgedrag als vakman én als mens, uitdaging en inspiratie. Maar daarnaast beschikt een goede leerkracht volgens Boekhoud ook over persoonlijke eigenschappen als empathie, liefde voor de leerlingen en betrokkenheid. Ik heb daarbij het beeld van St. Christoffel voor ogen, de beschermheilige van de reiziger. De leerkracht in het beroepsonderwijs begeleidt de deelnemer op zijn/haar weg van jeugd naar een volwassen plek op de arbeidsmarkt en in het sociaal-economisch verkeer. De leerkracht beschermt de deelnemer in die kwetsbare periode, net als het beeldje van Christoffel, vroeger in mijn moeders auto. Maar tegelijkertijd weet de veerman, dat hij de deelnemer aan de overkant zijn eigen weg moet laten gaan. Je kunt de reiziger niet blijvend begeleiden.” (p.31)

christoffel

Lees hier meer: oratie_Nieuwenhuis leven lang leren on the roc’s 2012

Docentcompetenties

zeven lerarencompetenties

De verantwoordelijkheden van de leraar zijn samen te vatten door vierberoepsrollen te onderscheiden: de interpersoonlijke rol, de pedagogische, de vakinhoudelijke & didactische en de organisatorische. Deze beroepsrollen worden vervuld in vier typen situaties die kenmerkend zijn voor het beroep van leraar: het werken met leerlingen, met collega’s, met de omgeving van de school en met zichzelf. Bij dat laatste gaat het om het werken aan de eigen professionele ontwikkeling.

Bekijk hier het overzicht van de docentcompetenties (bron: Onderwijscoöperatie)

cartoon bio competenties 1

In dit document staat een nadere specificatie van de bekwaamheidseisen VO en BVE (bron: Onderwijscoöperatie): bekwaamheidseisen VO en BVE

De Onderwijscoöperatie

De Onderwijscoöperatie wordt gevormd door de belangrijkste onderwijs-beroepsverenigingen in Nederland en werkt samen met leraren uit alle onderwijssectoren. Het doel: een sterke beroepsgroep. Van u, voor u en door u, dat is het motto.

onderwijscooperatie-2

De Onderwijscoöperatie is van start gegaan op 1 oktober 2011 en wordt gevormd door de belangrijkste onderwijsvakorganisaties in Nederland:

Algemene Onderwijsbond (AOb)

Beter Onderwijs Nederland (BON)

CNV Onderwijs

Federatie van Onderwijsvakorganisaties (FvOv)

Platform Vakinhoudelijke Verenigingen Voortgezet Onderwijs

De beroepsvereniging docenten mbo

De visie van de BVMBO is leraarschap is leiderschap. De leden van de BVMBO willen eigenaar zijn van hun onderwijs. Dat betekent invloed op hun eigen vak wat betreft de (beroeps)inhoud, uitvoering en ontwikkeling. Wij willen zelf richting en vorm geven aan de professionaliteit en beroepstrots van het beroep docent-mbo.
Door ons te verenigen als beroepsgroep dragen wij dit uit en zijn we een serieuze gesprekspartner in de sector.

http://www.bvmbo.nl/bvmbo/home

plaatje bvmbo

Het BPV-protocol

Naar aanleiding van een onderzoek naar de ervaringen van leerbedrijven met de BPV: “Beroepspraktijkvorming in het mbo, ervaringen van leerbedrijven” (april 2009), zijn een aantal knelpunten in de BPV benoemd. Dit heeft geleid tot het opstellen van een landelijk bpv protocol.De MBO Raad, MKB Nederland, VNO-NCW en Colo hebben dit BPV-protocol gezamenlijk opgesteld.

Het BPV-protocol vormt een instrument om een kwalitatief goede BPV te realiseren en vormt de basis voor bindende afspraken tussen bedrijfstakgroepen en branches hierover met als doel het creëren van wederzijds vertrouwen tussen leerbedrijven, onderwijsinstellingen, studenten en kenniscentra.

In het BPV-protocol worden de taken van de onderwijsinstelling benoemd. Voor de docent met BPV-taken vormt dit een richtlijn voor zijn/haar handelen.

Lees hier het BPV Protocol

 

cartoon onderwijs bedrijfsleven

Blij met het lerarenregister?

Registerleraar.nl open

Nieuwsbericht | 16-02-2012  Alle bevoegde leraren in Nederland kunnen zich inschrijven in het lerarenregister. 

Het register, een initiatief van de Onderwijscoöperatie, is een register van, voor en door leraren. Leraren kunnen met de inschrijving vastleggen welke activiteiten ze ondernemen op het gebied van hun professionele ontwikkeling.

Bekijk hier het promotiefilmpje.

Lees ook blogger Stefan van der Weide op 16-3-2013 over het lerarenregister: “Gelukkig doen ook artsen en notarissen aan een register. Super, perfect vergelijkmateriaal. Alle docenten hebben een administratie en/of assistente ter beschikking. Qua loon ook helemaal gelijk. Qua verantwoordelijkheid valt er wat op te zeggen, maar docenten zijn als team verantwoordelijk, dat ligt bij een opererend arts of een notaris iets anders. Administratie kunnen docenten wel zelf doen. Klopt, is ook niet moeilijk. Kost alleen veel tijd, academisch opgeleid of niet.”

BLOG: http://www.stefanvanderweide.nl/?p=574

Docenten ICT-bekwaam?

“Ruim de helft van de scholieren (53%) wil dat er meer digitale middelen
worden ingezet in de les. Dit blijkt uit onderzoek van het 1V
Jongerenpanel van EenVandaag onder 1.122 scholieren. Volgens ruim
vier op de tien leerlingen (43%) zijn leraren over het algemeen niet ICTbekwaam,
omdat ze niet goed weten hoe bijvoorbeeld een digitaal
schoolbord of een iPad werkt.”

Uit: Onderzoek 1Vandaag Jongerenpanel, 13 mrt 2013.

Rapportage Kwaliteit docenten onderzoek 1 Vandaag mrt2013

Cartoon_gamen_op_school_jpg