Delen

Uitgelicht

 TreeofknowledgeThe tree of knowledge

”Wie oude kennis koestert en voortdurend nieuwe vergaart,
mag een leraar van anderen zijn.”

WHY
Kennisdeling door docenten en praktijkopleiders is een middel om ervaringen uit te wisselen, te reflecteren op verschillende praktijken, persoonlijke competenties te ontwikkelen en een bijdrage te leveren aan kennisontwikkeling van de onderwijs- en arbeidspraktijk. Het gebeurt informeel en zelfsturend (impliciet en onder elkaar), of formeel en resultaat sturend (expliciet en georganiseerd) (Ritzen, 2005).

Voor onderwijsinstellingen is het zaak om selectief te zijn in het aangaan van samenwerking in netwerken. Het leggen van contacten en het participeren in netwerken biedt inzichten en kansen voor een school. We zien in onderzoek terug dat meer succesvolle scholen ook vaker open staan voor en participeren in samenwerkingsrelaties (Schoonhoven, Leenheer, & Keijzer, 2012).

HOW
Volgens de constructivisten leren deelnemers meer als zij werken aan volledige opdrachten. Docenten treden -in teams- op als begeleiders, in plaats van dat zij ieder apart een ‘brokje voeren’ aan de deelnemers. Bij deze vorm van werken worden kenniscreatie en kennisdeling van groot belang. Het gaat hierbij om kennisdeling binnen de school, maar natuurlijk ook met actoren in de regio en tussen scholen (Penris, 2005).

Van der Sanden (2004) schrijft dat bij kennisdeling het noodzakelijk is om een sterke verbinding te maken tussen innovaties op scholen, kennisontwikkeling en de initiële opleiding en professionele ontwikkeling van het onderwijspersoneel. Het is daarom van belang:

  • dat scholen voor vmbo en mbo als medeopleider van leraren gaan fungeren;
  • dat zij daarbij niet uitsluitend gericht zijn op de individuele zone van de naaste ontwikkeling van studenten van de leraren-in-opleiding in de context van standaardsituaties;
  • dat zij lerarenopleiders en leraren-in-opleiding ook betrekken bij problemen, dilemma’s en niet standaard-situaties die voor het proces van schoolontwikkeling belangrijk zijn, en
  • dat daarbij strategische keuzes worden gemaakt, waarbij het voorspoedige verloop van de onderwijsloopbaan van de leerling of deelnemer die ‘ergens goed in wil en moet worden’ centraal staat.

Anders gezegd: docenten-in-opleiding, in het vmbo en mbo werkzaam onderwijspersoneel, lerarenopleiders en hun instituten proberen samen ‘ergens goed in te worden’, zoeken samen naar nieuwe combinaties van individueel en collectief leren en streven bewust naar overlap tussen ‘individuele en collectieve zones van de naaste ontwikkeling’ . Zij zoeken daarbij naar ‘critical value adders’, aangrijpingspunten voor verbetering die op een zodanige wijze waarde toevoegen aan het verloop van het primaire proces, dat zowel leerlingen als leraren er beter door gaan functioneren.

Het accent moet daarbij worden gelegd op het:

  • delen, toegankelijk maken, onderbouwen en uitbouwen van praktijkkennis die is en wordt ontwikkeld in herontwerpprojecten en beroepskolomprojecten;
  • door praktijkgericht onderzoek zoeken naar antwoorden op voor instellingen in de beroepsonderwijskolom relevante vragen (Sanden, 2004).

WHAT
Volgens Penris (2005) ontstaat kennis door gegevens, informatie en persoonlijke ervaring samen te voegen. Op het moment dat verschillende gegevens worden samengevoegd en daardoor een betekenis krijgen, ontstaat informatie. Echter, informatie die juist is in de ene situatie hoeft niet geldig te zijn in andere situaties. En omdat omgevingen steeds veranderen heeft informatie een relatief korte levensduur. Er is dan ook meer nodig dan informatie alleen om de juiste beslissing te nemen: dat is de ervaring die iemand heeft op het specifieke terrein. Door persoonlijke ervaring toe te voegen aan informatie ontstaat kennis. Naast kennis zijn ten slotte vaardigheden nodig om een bepaalde klus tot een goed einde te brengen (Penris, 2005).

Donche & Struyf (2008) stellen vast dat de kennisdeling over praktijkonderzoek door leraren in de voorbije jaren sterk blijkt te zijn toegenomen, op basis van een groeiend aanbod van internationale tijdschriften die zich op dit terrein richten en het feit dat resultaten van praktijkonderzoek door leraren meer dan vroeger worden gerapporteerd op internationale onderwijsonderzoeksconferenties.

Letschert (2005) geeft aan dat je kennis kunt beschouwen als een collectief en gedeeld cultuurgoed, in eeuwen opgebouwd, overgedragen aan volgende generaties en in een permanente staat van verbouwing verkerend. Je zou kennis kunnen opvatten als een meer of minder gevulde container, die je distribueert. ‘Containerkennis’ is iets wat je bijvoorbeeld vast zou kunnen leggen in een canon (een geheel van inhouden, voorzien van argumentatie en een methode om tot periodieke bijstelling te komen).

Je kunt kennis ook opvatten als een persoonlijke bekwaamheid. Die bekwaamheid verwerf je door nieuwsgierigheid, door leren, door ervaringen, dor interesse. Docenten kunnen die houding tot het verwerven van een eigen bekwaamheid stimuleren en uitdagen. Ze kunnen een leeromgeving creëren die inspireert tot ontwikkeling (Letschert, 2005).

GECITEERDE WERKEN

Donche, V., & Struyf, E. (2008). Leeronderzoek in de stagepraktijk: beschrijven, verklaren of toetsen? Velon; Tijdschrift voor lerarenopleiders, 13-19.

Kessels, J. W. (2012). Leiderschapspraktijken in een professionele ruimte. Heerlen: Open Universiteit.

Letschert, J. (2005). Kennis over kennis. Onderwijs en gezondheidszorg, 155-157.

Penris, M. (2005). Werken aan leren; Innovatie en kennisdeling. Amsterdam: Max Goote Kenniscentrum.

Ritzen, H. (2005). Kennisdeling door docenten en praktijkopleiders; Aspecten en opdrachten die kennis delen bevorderen. Onderwijs en gezondheidszorg, 136-140.

Sanden, v. d. (2004). Ergens goed in worden; Naar leerzame loopbanen in het beroepsonderwijs. Eindhoven: Fontys Pedagogisch Technische Hogeschool.

Schoonhoven, R. v., Leenheer, P., & Keijzer, M. (2012). Onderwijsnetwerken met resultaat: Naar effectieve netwerken in het onderwijs? ’s Hertogenbosch: Ecbo. Opgehaald van Website van ECBO.

delen_is_vermenigvuldigenKennisdeleniskracht