Probleemoplossend vermogen bij studenten Applicatieontwikkeling

Analyseverslag van Eric van Vliet

In het kader van de opleiding Professioneel Meesterschap in het MBO is binnen de ICT academie Leiden een onderzoek uitgevoerd naar het probleemoplossend vermogen van eerstejaars studenten applicatieontwikkeling. Dit onderzoek laat zien dat het lastig is te voorspellen welke studenten deze vaardigheid bezitten of makkelijk ontwikkelen en welke studenten er juist problemen mee hebben. De belangrijkste conclusie die getrokken kan worden is dat studenten die in hun vooropleiding een 7 of hoger hebben gescoord voor het vak wiskunde succesvol zijn in de opleiding.Analyseverslag van het onderzoek naar het probleemoplossendvermogen onder studenten Applicatieontwikkeling bij ROC-Leiden.

Doelstelling onderzoek

De aanleiding voor dit onderzoek was het grote verschil tussen de studenten op het gebied van probleem oplossend vermogen. Sommige studenten bezitten het van nature en andere leren het ondanks de moeite die ze er in steken nauwelijks. Op het moment dat we de student bij binnenkomst al kunnen helpen bij het leren problemen op te lossen kunnen we het succes van de student in de opleiding vergroten.

Theoretisch kader

Uit de onderzochte literatuur blijkt dat wereldwijd veel instituten soortgelijke verschillen tussen studenten zien en daarom onderzoek verrichten naar voorspellers van succes in het programmeren. In het theoretisch kader zijn uit deze onderzoeken indicatoren gedestilleerd die ook voor onze studenten van toepassing kunnen zijn. Deze indicatoren zijn vergeleken met de data die aan het begin van het opleiding over de student verzameld worden in de vorm van intaketoetsen en vooropleidingresultaten. Dat heeft geresulteerd in een selectie van variabelen waarover de rest van het onderzoek is uitgevoerd. Daarnaast is voor de resultaten van de student gedurende de opleiding de rapportage gebruikt zoals deze aan het einde van het eerste opleidingsjaar aan de student verstrekt wordt.

Onderzoeksopzet

Het onderzoek naar het probleemoplossend vermogen van eerste jaars MBO studenten is explorerend van aard. Op basis van kwantitatieve data is middels statistische analyse onderzocht of er een correlatie bestaat tussen de resultaten van de intaketest die de studenten afleggen bij het starten van een opleiding, en de resultaten in het eerste jaar van de opleiding van studenten applicatieontwikkeling. Ook zijn de resultaten uit de vooropleiding beschouwd bij het zoeken naar voorspellers voor het probleemoplossend vermogen van studenten in de opleiding tot Applicatieontwikkelaar.

Resultaten onderzoek

Bij het verwerken van de data is er voor gekozen eerst de gegevens van de rapportage aan het einde van het eerste leerjaar te groeperen in een aantal categorieën. Na het groeperen is de samenhang tussen deze cijfers gevalideerd middels het bepalen van Cronbach’s α over de categorieën. De resulterende categorieën zijn gebruikt om correlatie tussen de voorhanden gegevens aan het begin en aan het eind van het schooljaar te vinden. Voor die gevallen waar inderdaad correlatie gevonden wordt is vervolgens een regressieanalyse uitgevoerd om te bepalen hoe sterk het verband tussen de variabelen is.

Aanbevelingen onderzoek

Belangrijkste aanbeveling uit dit onderzoek is het ontwikkelen van een programma rondom het oplossen van problemen en dit aan te bieden aan studenten die op grond van hun wiskunde resultaat in de vooropleiding moeite kunnen hebben met het verwerven van deze vaardigheid.

Lees het hele onderzoek…

Advertenties

Teamleren en leeroriëntaties

Teamleren = leren in, en van diversiteit

Leren in teams betekent niet dat er uniformiteit moet heersen Manon Ruijters in 2006 gepromoveerd op het leren in organisaties, gaat tijdens haar krachtvoer lezing van 24 maart 2009 in op verschillen in leeroriëntaties die kunnen bestaan tussen (groepen) lerenden. Die verschillende leeroriëntaties hebben consequenties voor de leerlandschappen die gecreëerd kunnen worden binnen scholen en organisaties. het leren van leerlingen, het leren van (aanstaande leraren) of het leren van lerarenopleiders.

 

Onderzoeken

Uitgelicht

Leuk_eenprobleem

WHY
Onderzoek is een enorm krachtige manier om collega’s rondom een probleem of uitdaging in beweging te brengen. Onderzoek is eigenlijk niets anders dan het mobiliseren van onze nieuwsgierigheid in het kijken naar ons werk. Door taaie vraagstukken op een onderzoekende manier aan te gaan, levert het heel snel kennis en energie op om het probleem aan te pakken (Kessels & Jong, 2010).

Kessels & Jong formuleren vier stellingen voor hun ‘onderzoek met plezier’:
1. Onderzoek dient een beweging op gang te brengen
2. Onderzoek doe je op basis van een urgente, persoonlijke vraag
3. Onderzoek is, als het goed is, aanstekelijk!
4. Onderzoek dient betrouwbare informatie op te leveren

Ook T. Bergen en K. v. Veen (2004) geven in hun publicatie in het Tijdschrift voor lerarenopleiders van VELON aan dat het opzetten, uitvoeren en evalueren van onderzoek dat gericht is op het oplossen van problemen in de eigen onderwijspraktijk, stimulerend blijkt te werken op het leren van leraren. In de literatuur wordt veel gesproken over actieonderzoek. Actieonderzoek vormt een platform voor leraren om met collega’s, op basis van de resultaten van onderzoek naar de eigen praktijksituatie, te reflecteren op de dilemma’s en de mogelijke verbeteringen van hun werk (Bergen & Veen, 2004).

Innovatief vermogen is een van de belangrijkste succesfactoren van een eigentijdse organisatie en dient een permanent organisatiekenmerk te zijn. Dat lukt alleen als de organisatie op alle niveaus omgevingsgevoeligheid koppelt aan creativiteit. De aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs neemt toe. Onmisbaar in die ontwikkeling is het stimuleren van onderzoeks- en veranderingscompetenties bij leraren. Dat veronderstelt dat hij moet beschikken over praktijkgerichte hoogwaardige onderzoeksvaardigheden (Gerrichhauzen, 2007).

Onderzoekendedocentvindtpassieterug
(Naaijkens, 2010)

HOW – Kwaliteit vraagt een onderzoekende houding
Professionals zijn gemotiveerd om te veranderen of vernieuwingen door te voeren wanneer dit oplossingen biedt voor problemen die ze in hun eigen praktijk ervaren. Wie beter dan die professionals zelf kunnen de problemen die ze in hun eigen praktijk ervaren, benoemen? Leidinggevenden die problemen voor professionals benoemen, bijvoorbeeld omdat er weer nieuwe eisen worden gesteld vanuit de overheid, zullen zich allerlei inspanningen moeten getroosten om de docenten te overtuigen het betreffende probleem op te lossen, dikwijls met onbegrip als resultaat. Het pleidooi hier is dat docenten de ruimte moeten krijgen om te werken aan problemen die ze dagelijks in hun eigen praktijk ontmoeten. In bepaalde mate moeten professionals en scholen als geheel beschikken over autonomie om zich verantwoordelijk te voelen voor hun eigen handelen (Kan, 2006).

WHAT – Geschiedenis onderzoekende docent
Het idee dat professionals in het onderwijs hun eigen praktijk onderzoeken en op basis daarvan hun eigen praktijk verbeteren, stamt al uit het begin van de vorige eeuw (zie Ponte, 2002 voor een overzicht). Wat verschillende wetenschappers delen is het pleidooi voor onderzoek dat bedoeld is om antwoorden te vinden op praktische vraagstukken en dat uitgevoerd wordt met of door de personen die rechtstreeks betrokken zijn bij de gestelde onderzoeksvraag en de te veranderen situaties (Lunenberg, Ponte, & Ven, 2006).

GECITEERDE WERKEN
Bergen, T., & Veen, K. v. (2004). Het leren van leraren in een context van onderwijsvernieuwingen: waarom is het zo moeilijk? VELON Tijdschrift voor lerarenopleiders, 29-39.

Gerrichhauzen, J. (2007). Lerende en onderzoekende docent. Open Universiteit Nederland.

Kan, C. v. (2006). Kwaliteit vraagt een onderzoekende houding. Leiden: Universiteit Leiden.

Kessels, J., & Jong, T. d. (2010, November 8). Passie voor onderzoek: anders durven kijken. Opgeroepen op April 20, 2013, van Website van Kessels-Smit: http://www.kessels-smit.com/nl985

Lunenberg, M., Ponte, P., & Ven, P.-H. v. (2006). Waarom zouden docenten en opleiders geen onderzoek mogen doen….? VELON Tijdschrijft voor Lerarenopleiders, 4-12.

Naaijkens, E. (2010, 10 6). Opgeroepen op Mei 16, 2013, van Website van Onderwijs Brabant: http://www.onderwijsbrabant.nl