Professionaliseren

Uitgelicht

Overheidsplannen professionalisering onderwijs

De eerste plannen om de professionaliteit van het onderwijs en de docenten te verbeteren, stammen al uit 1993. De Commissie van Es introduceerde de professionele school, waarin de leraar centraal staat. In 1999 volgde de nota ‘Maatwerk voor morgen’, die pleitte voor versterking van de beroepsgroep en van de lerarenopleidingen en in 2006 leidde tot de invoering van de Wet BIO. In 2001 hield de Commissie van Rijn een pleidooi voor salarisverhogingen en functiedifferentiatie in de collectieve sector. Mogelijke oorzaak van het mislukken van deze eerste plannen was dat docenten hierbij te weinig betrokken werden, omdat de aandacht vooral gericht was op de schoolorganisatie (Rinnooy Kan, 2007).

Rinnooy Kan (2007) zet in 2007 met het advies van de Commissie van Leraren in op dezelfde punten. De beloningsverschillen van leraren ten opzichte van hoogopgeleide werknemers in andere sectoren moeten worden ingelopen, door het inkorten en verhogen van de salarisschalen. De beroepsgroep kan versterkt worden door het oprichten van de Beroepsgroep Leraren die in een publiekrechtelijk basisregister de werkervaring en scholing van zijn leden bijhoudt. Daarnaast zijn belangrijke speerpunten de verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen en een Fundatie die leraren in staat stelt een beurs aan te vragen om een opleiding te volgen. Om tot professionelere scholen te komen worden in convenanten met de overheid meetbare resultaatverplichtingen rond het personeelsbeleid vastgelegd, met als streven meer leraren met een hoger kwalificatieniveau en het intensief betrekken van leraren bij besluitvorming rond onderwijsinhoudelijke en organisatorische verbeteringen.

Actieplan Leerkracht! van Nederland van het Ministerie van OCW (2007) sluit naadloos aan bij het advies van de Commissie van Leraren. Met dit actieplan presenteert het kabinet een concreet plan om het lerarentekort aan te pakken en daarbij de kwaliteit en de positie van leraren te versterken. Het leraarschap wordt weer gewaardeerd. De leraar krijgt meer verantwoordelijkheid en zeggenschap over het onderwijskundig beleid, kan lid worden van een beroepsvereniging, krijgt ruimte voor eigen scholing en ontwikkeling en vergroot daarmee zijn loopbaankansen. Beginnende leraren worden beter begeleid en oudere leraren krijgen de mogelijkheid andere taken te vervullen waardoor zij langer, gemotiveerd aan het werk blijven. Aan leraren wordt gevraagd meer uren te gaan werken en langer door te werken. Het Actieplan Leraar 2020 zet dezelfde ambitieuze lijn uit en lijkt deze zelfs nog te versterken. Er wordt een krachtig plan neergezet met betrekking tot de professionalisering in het onderwijs tot 2020. De extra investeringen bedragen € 0,7 miljard in 2011 en lopen op tot structureel ruim €1 miljard in 2020. Een groot deel van het budget gaat naar een betere beloning en meer carrièremogelijkheden voor leraren. Daarnaast wordt geïnvesteerd in het versterken van het beroep van de leraar. Dat gebeurt met de lerarenbeurs, de promotiebeurs, de ontwikkeling van een lerarenregister door de beroepsgroep en met de verbetering van de kwaliteit van de lerarenopleidingen (Actieplan leraar 2020, 2011).

Hoe kan de professionalisering vormgegeven worden?

“Lerarenopleidingen en scholen zullen steeds meer samen verantwoordelijk worden voor het opleiden van nieuwe docenten, en ook steeds meer voor het professionaliseren van zittende docenten. Ik hoop dat de breuklijn tussen initiële opleiding en verdere professionalisering met deze samenwerking vervaagt, en dat we ons steeds meer richten op het leren van docenten gedurende àlle fasen van hun beroepsloopbaan, van aanstaand, beginnend, gevorderd, ervaren naar nestordocent. Ik denk dat zowel het werkplezier van docenten als de uitval van docenten uit het beroep hiermee zijn gebaat. En dus uiteindelijk ook de leerlingen, waar het allemaal om draait.” (Vermunt, 2006)

Opleidingsteams zijn hét aangrijpingspunt voor leren en professionaliseren omdat:

  • de onderwijsprofessionals uit de opleidingsteams het proces van ‘gezamenlijk leren door doen’ in teamverband waarderen.
  • opleidingsteams voor individuele onderwijsprofessionals belangrijke sociale contexten voor het leren vormen. Door het versterken van de opleidingsteams als krachtige leer-/werkomgevingen kan het leren van onderwijsprofessionals worden versterkt.
  • de context van de opleiding de concrete en relevante (beroeps)situatie vormt die het leren van professionals betekenisvol kan maken. Dit sluit aan bij het principe van het competentiegerichte onderwijs aan de deelnemers: leren in betekenisvolle (beroeps)situaties. (Teurlings & Uerz, 2009)

Uit het onderzoek van Teurlings en Uerz (2009) blijkt dat betrokkenheid, motivatie en enthousiasme van het team essentiële factoren zijn voor professionalisering. Daarnaast zijn er ook een aantal organisatorische factoren waaraan voldaan moet worden: rust binnen het team, niet teveel innovaties tegelijk, weinig personeelswisselingen, stabiliteit, voldoende mankracht en een voorloper/kartrekker binnen het team. Andere succesfactoren zijn: voldoende ruimte om te experimenteren, het gezamenlijk ontwikkelen en uitwerken van een eigen visie op onderwijsvernieuwingen en een goede samenwerking binnen het team.

Bij de professionalisering kan de masterdocent de rol van kartrekker binnen het team op zich nemen. Er moet daarbij gewaakt worden dat de masterdocent niet op de stoel van de manager gaat zitten. De kracht van de masterdocent is juist dat hij of zij zelf deel uitmaakt van het onderwijsproces op de werkvloer en daardoor goed kan beoordelen of experimenten en maatregelen de juiste uitwerking hebben op de kwaliteit van het onderwijs en de leeropbrengsten van de studenten.

Als laatste zijn veel D-docenten ongelukkig met de functienaam, omdat er een koppeling wordt gemaakt aan een salarisschaal. Dit maakt dat wij met elkaar zoeken naar een passende functienaam. Teacher- leader, masterdocent, professionele docent zijn verschillende namen die de revue zijn gepasseerd. Belangrijk vinden wij dat docenten zich kunnen identificeren. Wij hebben voor nu gekozen voor de functienaam masterdocent.

Geciteerde werken

Actieplan leraar 2020. (2011, januari). Opgeroepen op februari 15, 2012, van Rijksoverheid: http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2011/05/23/actieplan-leraar-2020.html

OCW, M. (2007). Actieplan – LeerKracht van Nederland. Den Haag: Koninklijke de Swart.

Rinnooy Kan, A. (2007). Leerkracht – Advies van de commissie van leraren. Den Haag: Ministerie van OCW.

Teurlings, C., & Uerz, D. (2009). Professionalisering van roc-docenten: zoeken naar verbinding. Tilburg: IVA beleidsonderzoek en advies.

Vermunt, J. (2006). Docent van deze tijd: Leren en laten leren. Utrecht: Oratie universiteit Utrecht.